Onthouden
door Aart van Dragt

Koniks
Als ik bij Hendrik Ido Ambacht de bocht naar de A15 wil nemen zie ik weer een adembenemend plaatje; het Waaltje met daarboven de opkomende zon. Nog meer om te onthouden. Verder rij ik. Bij Hardinxveld, de Merwede en weer zo'n fotografisch plaatje: Zwarte rivierschepen varen door witte nevels die uit het warme rivierwater optrekken. Voort ga ik, de Alblasserwaard zoeft voorbij. In het wit uitgeslagen weiland grazen grijze schapen met rode en groen gestippelde achterwerken. Koeien staan verdwaasd bij het hek te wachten alsof de boer moet komen verklaren waar het groene gras gebleven is. Boven de polder wolken kieviten , twijfelend of ze voor de winter moeten vluchten. In een tuintje bij een oude boerderij staat onwennig een pas ontbladerde berk treurig te wachten op de warme zonnegloed, nooit eerder zag ik een boom zo kou lijden. Zo'n grove den met wit beijsde groene naalden ziet er nog heel behaaglijk uit. Geen tijd voor foto's, verder zal ik. Onderweg zie ik links en rechts van de weg buizerds op paaltjes zittend alsof ze de passerende auto's tellen. Nooit ziet je er een met de rug naar de weg. Natuur..., ik ben op weg naar een stukje nieuwe natuur in de uiterwaarden langs de grote rivieren. Dat boeit mij zo: De Gelderse Poort in de Ooypolder, de Blauwe Kamer bij Rhenen, de Duurse waarden langs de IJssel bij Olst. Maar ook dicht bij steden; zoals de Meinerswijk bij Arnhem en de Ossenwaard tegenover Deventer. Zomerdijken worden doorgraven, overbemestte kleipakketten verwijderd en verkocht waardoor er enkele neven geulen kunnen ontstaan. Deze neven geulen zijn waterzuiveraars en kraamkamers voor allerlei waterdieren. Door de rivier toe te laten ontstaat een levend landschap met stromende geulen en stuivende zandruggen. Met de aanvoer door de rivier van allerlei zaden groeit er langzamerhand een ooibos. Wilg, els en populier groeien razend snel. Om te voorkomen dat binnen twintig jaar een ondoordringbare jungle ontstaat worden vriendelijke half wilde paarden en runderen (schotse hooglanders of Galloway's) ingezet. Zo ontstaat een gevarieerd natuurgebied, rijk aan bos, struwelen, ruigten en kruidenrijke graslanden, waar het wemelt van vlinders, muizen, kikkers en patrijzen. Met in de wintertijd duizenden ganzen, meerkoeten en smienten. Nijmegen, Arnhem en Deventer laten zien dat het kan, nieuwe natuur op loopafstand van de stad. Als ik de eindelijk de auto parkeer peins ik; zou dat in onze omgeving ook kunnen? Waarom niet, iets om te onthouden. Dan trek ik mijn wandelschoenen aan en hang mijn fototoestel om, want voort ga ik.
