Waarom een belangrijke vlindertrekker niet in de vlindertuin staat
door Aart van Dragt
Zo mooi..
Een vlindertuin, is nogal wat anders dan een bloementuin of een bomentuin.
Van bloemen koop je stekje en met geduld wordt het een leuke plant en bij bomen duurt het alleen wat langer.
Maar een vlindertuin lijkt meer op een dierentuin.
Het begint al dat in onze vlindertuin een informatiebord staat met daarop de afbeelding van allerlei insecten.
En wat te denken van de aanwezigheid van een heus insectenhotel en daarin kunnen echt geen vlinders slapen.
Ik zal het u maar verklappen de tuin bij het NME is een plantentuin waarbij allerlei dieren van harte welkom
zijn, op voorwaarde dat ze tussen, over of onder de tralies van het omringende hekwerk door kunnen.
Nu wil je toch wat doen voor de mensen die voor de vlinders komen.
Daarom plant ik zoveel mogelijk planten die aantrekkelijk zijn voor vlinders.
Maar toch zult u dit jaar een echte vlindertrekker missen.
Het is goedkoper om een zakje zaad te kopen dan een plant.
Uit een enkel zakje kweek je een perk vol planten.
Stad en land had ik afgelopen voor een zakje zaad van de lathyrus.
In onze plaats zijn nauwelijks bloemzaden te koop. Eindelijk een pakje gevonden.
Een nachtje voorweken en half maart in de grond stond op het pakje.
Op het juiste tijdstip stopte ik ze in een rijtje kweekbakjes.
Genoeg om al het hekwerk rondom de vlindertuin te verbloemen door deze van een
prachtige vlindertrekker te voorzien. Nou ja bijna dan.
Want volgens de verpakking is de plant goed voor een zomerlang
heerlijk ruikende blauwe/roze en oranje/gele bloemen.
Al na een week kwamen de eerste groene sprietjes van de pronkerwt boven de grond.
Trouw werden ze elke dag van water voorzien om maar vlug te laten opgroeien.
Ik kon ze wel de grond uitkijken. Om ze aan de buitenlucht te laten wennen zette ik ze op het terras.
Maar op een ochtend bleken alle bakjes te zijn leeg geplunderd.
Waar de groene sprietjes groeiden zag ik nu een kuilje in de aarde.
De dader was gevlogen. Ontmoedigd keek ik er niet meer naar om.
Tot ik na enkele dagen twee nieuwe sprietjes ontdekte.
Deze werden gekoesterd en ik dacht aan een leuk plekje bij de toegangspoort.
Die middag stond ik voor het raam. Een merel stond met zijn hoofdje schuin naar de twee sprietjes te kijken.
Keek even vlug in het rond en voor ik het wist was de eerste spriet al uit de grond en als tauge verorberd.
Vlug hipte hij naar het tweede sprietje. Voor ik de deur open kon krijgen was ook het tweede sprietje verdwenen.
Met enig lawaai ging de deur open. Schetterend verdween de merel. Een bedankje kon er nog niet eens vanaf.
Vorige pagina
<