Een boom groeit zich dood.

door Aart van Dragt

Het Donckse bos is in de omgeving van Ridderkerk uniek. Hier staan bomen in alle leeftijdsfasen; van jong tot (zeer) oud.
Een boswachter in de duinen vertelde mij eens dat hij blij was dat de eerste eik in zijn natuurgebied van ouderdom was dood gegaan. Eindelijk was de hele levenscyclus van bomen aanwezig.
In het Donckse Bos is dat allang gerealiseerd.

De oudste bomen zijn hier circa 250 jaar oud. De meeste soorten halen een dergelijke leeftijd niet, uitgezonderd soorten als eiken, beuken en platanen. En ook van deze soorten zijn het slechts enkele sterken die deze hoge leeftijd bereiken.

oude beuk
de oude beuk
Aan de achterzijde van Huys ten Donck flankeren twee van zulke oud gedienden het grasveld ter hoogte van de zonnewijzer. Het zijn hele hoge beuken. De rechter is vorig jaar van zijn takken ontdaan omdat hij van ouderdom was gestorven. Blijkbaar mag hij 'onder het motto; dood hout leeft' nog dienst doen als o.m. kauwenflat. De kauwenkolonie heeft in het oude bos toch niet te klagen over woonruimte want vele bomen bevatten natuurlijke holtes. Aan de andere beukenboom is te zien dat ook deze al sterk aan het aftakelen is. Een boom veroorzaakt door zijn groei zijn eigen ondergang. Zoals bekend maakt de boom onder invloed van zonne-energie zijn groeistoffen in het blad. Vocht en mineralen worden vanuit de wortel via het jonge spinthout omhoog getransporteerd. Onder invloed van zonne-energie wordt deze omgezet in zetmeel en eiwitten en deze worden via bast naar beneden getransporteerd. Op weg naar beneden worden de bouwstoffen benut voor afgrendeling van wonden, productie van knoppen en zaden en de aanmaak van vaten en vezels. Omdat het blad aan de takken zit, komen de eerste bouwstoffen in de takken terecht.

Takken concurreren met elkaar.
Meer blad betekent meer groei. Een individuele tak die sneller groeit krijgt meer voedingstoffen aangevoerd. Daardoor kan de tak nog sneller groeien. Geen tak krijgt voedsel van een andere tak. Zie hier de onderlinge strijd om zoveel mogelijk licht op te vangen. Daardoor groeien takken steeds verder van de stam af. Het meeste zonlicht wordt opgevangen aan bladeren die op het uiteinde van de tak groeit. Daarom tracht elke tak zo ver mogelijk uit te groeien. Bladeren in de kroon vangen onvoldoende zonlicht op en worden afgestoten. Het gewicht van het uiteinde van de tak neemt voordurend toe. Om niet van de stam te vallen moet een deel van de bouwstoffen gebruikt worden voor de aanmaak van steunhout. Ook is steeds meer energie nodig voor transport omdat de voedingsstoffen een steeds langere weg van de wortel naar de kroon moeten afleggen Dit alles kan niet oneindig doorgaan. Elke boomsoort heeft zijn eigen maximum afmeting. Als die bereikt is begint het verval.

Aan de nog levende beuk is te zien dat de kroon steeds smaller wordt. Alle breed uitstaande takken zijn al afgebroken en hebben diepe wonden veroorzaakt. Schimmels en dieren hebben een prachtige invalsbasis en zorgen voor afbraak van het restant van de boom. Hoewel het einde zich aankondigt kan de boom nog vele jaren voortleven. En ook dood kan de boom nog een tiental jaren een bijdrage leveren aan de natuur.

Nachrift
Veertien dagen nadat ik dit had geschreven, op 16 maart 2007, zijn de bomen geveld door de kettingzaag.
Vorige pagina