Bomen vechten om te leven
door Aart van Dragt
Op de begraafplaats van IJsselmonde aan de voet van de Ringdijk (Beneden Rijweg 489) bij het dorp IJsselmonde
ontdekte ik een kolossale rode beuk. De boom heeft een korte stam met een omtrek van wel 500 cm.
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Wie de begraafplaats oploopt kan de boom niet missen. Een laan omgeven door beukenhagen leidt naar een cirkel met in het midden de prachtige boom. De boom staat in het centrum van de begraafplaats. De begraafplaats werd in 1871/1872 aangelegd, ter vervanging van het kerkhof bij de kerk. De boom moet omstreeks die tijd zijn geplant en is dus ongeveer 135 jaar oud. Het is te zien dat de boom geen concurrentie van andere bomen heeft gekend. Ze heeft zich vooral in de breedte ontwikkeld. Een korte "gespierde" stam met daarboven een forse, brede kroon. De boom ziet er in zijn winterse staat gezond uit. Dat wil zeggen dat ze ruim voorzien is jonge dunne takken. Ze laat daarmee zien dat ze nog over voldoende groeikracht beschikt. Begin juni was de boom nog maar spaarzaam uitgelopen en stond te bloeien. Het late uitlopen is meestal geen teken van grote vitaliteit, maar misschien is dit exemplaar een 'laat bloeier' . Een dode tak die in juni recht uit de stam stak is nu keurig weggesnoeid. De boom zal deze wond weer moeten overgroeien. Een wond maakt de boom kwetsbaar. Het slechts dode cellen en afvalstoffen bevattende kernhout is komen bloot te liggen. Dit kernhout is toegankelijk schimmels, ziektekiemen en houtborende insecten. De boom kan alleen proberen de wond zo spoedig mogelijk te overgroeien. Op diverse plekken op de stam is te zien, dat de boom daar met andere wonden geheel of gedeeltelijk in is geslaagd. Recht boven de verse wond is aan een soort oogvormige tekening in de schors te zien dat hier een oude wond volledig dichtgegroeid. Elders op de stam is op meerdere plekken te zien dat de boom de wond heeft afgegrendeld en langzaam met "snelgroeiend" weefsel heeft ingekapseld. Als de wond (te) groot is gaat dat soms niet snel genoegd. Ik zie aan de stam een half overgroeide wond met in nog zichtbare kernhout allemaal kleine gaatjes, hier zijn de larven van houtborende insecten uitgevlogen. Bij een andere bijna dichtgegroeide wond is op de plaats van het kernhout een diep gat ontstaan. Door de stand van de wond is dit kernhout door inwateren weggerot. Iets hoger op de stam, in de kroon, zie ik een stomp van een te hoog afgezaagde dode tak. Het wondweefsel moet centimeters omhoog groeien om dit nog in te kapselen. Het dode hout is al aan het rotten. Daar kan een boom niets tegen doen. Schimmels veroorzaken rotting. We onderscheiden bruinrot en witrot, wat overigens niets over de kleur van het eventuele breukvlak zegt. Bij bruinrot wordt de cellulose afgebroken en verschijnen op opeens zwammen aan de boom. Bij bruinrot kan het voorkomen dat de boom opeens bij zijn wortel afbreekt. Bij witrot wordt in het hout de lignine (een soort bindmiddel) afgebroken en blijft er in hoofdzaak cellulose over. Omdat de sterkte afneemt kunnen bij witrot van boom opeens flinke takken afbreken De boom zal trachten zich te verweren door extra weefsel aan te maken. Het nieuwe weefsel ontstaan na de aantasting bevat afweermiddelen tegen de schimmelinfectie. Er ontstaat een race tegen de klok. De schimmelinfectie breekt het kernhout en daarmee het skelet af. De boom tracht snel nieuw hout te maken opdat dit stevig genoeg om de kracht van de wind te doorstaan. Dit kost veel energie en daarom is het van belang dat de boom in een goede conditie verkeerd om de aanval af te slaan. Komende zomer toch eens kijken hoe dicht bebladerd de kroon van de boom is, want ook dat zegt iets over zijn conditie en zijn kansen. |









