Onder de Dennen.
Een kerstboom is geen den, maar een spar. Tussen die twee soorten is een duidelijk verschil: dennen hebben naalden in een pakketje, meestal 2 bij elkaar, als een haarspeld. Bij sparren staan ze apart, zijn ook veel korter. Dennebomen groeien graag op zandgrond, en als het een beetje waait ruisen ze als de zee.

De zwarte mees is niet zo zwart als je zou denken. Je herkent hem direct aan de witte vlek in zijn nek. Hij heeft allerlei geluidjes, die soms aan een goudhaantje doen denken. Dit kleinste vogeltje van europa zit vaak tussen de mezen en is te herkennen aan een goudgeel streepje over zijn kop.
De zaadjes van deze dennen komen met de wind aanvliegen naar heide-achtige terreinen. Dat worden de vliegdennen genoemd. Onder zo'n vliegden spelen de kinderen graag. Het is net een hut en je zit er goed beschermd tegen de noorderwind of de winterse buien.
Soms vinden ze eetplekken van dieren. Meestal van eekhoorns, bosmieren of spechten. Aan de denneappels kan je zien wie de gevleugelde zaden opgepeuzeld heeft. De bonte specht duwt denneappels in een spleet van een boom en hamert ze dan stuk. Onder de boom vind je soms een gele massa. Dat wordt een spechtensmidse genoemd.
Als we ook eens kijken naar de takken van de denneboom, dan zien we dat de denneappel of -kegel er twee jaar over doet om rijp te worden. Pas in of na het derde jaar valt hij af. Soms vind je harsmannetjes. Dat is een soort gal, in dit geval van hars, het kleverige sap van de boom. Binnenin leeft een rupsje, dat er ook al twee jaar over doet om een klein, onooglijk vlindertje te worden. Je kan het al zien of de gal al uitgekomen is, dan zit er een gaatje in.
Vergeet niet als je in het bos bent, wat denneappels mee te nemen. In huis, zo tegen kerstmis, zorgt het aroma voor de kerst stemming in huis. Geniet er van.
