Het experiment met de Japanse notenboom
door Aart van Dragt
Het experiment met de Japanse notenboom van Huis ten Donck (Ginkgo biloba L.)
Ook in de winter valt de gegroefde stam van de Gingko in het schitterde park op.
Zelfs in de strenge kou voelt de stam door zijn dikke isolerende kurklaag warm aan.
Een oude Ginkgo maakt een soort luchtwortels en die noemen ze in Japan naar hun vorm
"Tchi-tchi". Dat betekent moederborst.
Als vrouwen geen kinderen kunnen krijgen hangen ze een afbeelding van een tchi-tchi op in een tempel.
Hierdoor hopen ze sneller zwanger te worden.
In tegenstelling tot zijn volksnaam is de boom van oorsprong uit China. Ook daar is de Gingko een heilige boom. Mao Tse Toeng dronk elke dag een aftreksel van Gingko bladeren omdat hij dacht dat dit hem jong hield. Wie eens in een drogisterij rondkijkt ziet dat er verschillende middelen tegen ouderdoms kwalen gebaseerd zijn op Gingko bladeren.

De eerste geimporteerde Gingko in Europa kwam in 1730 in de Hortus Botanicus van de Rijks Universiteit van Utrecht terecht. Later zijn er nog drie geplant. Helaas bloeien de vrouwelijke bomen in Utrecht na de mannelijke bomen. Al zijn ze niet bevrucht toch geeft een vrouwelijke boom jaarlijks een zeer groot aantal steriele zaden. Een probleem dat zich in heel Europa voordoet. Om de bevruchting tot stand te brengen moeten ze gelijktijdig bloeien. Pas dan bevat in de herfst de kleine gele pruim, die naar ranzige boter stinkt, een kiemkrachtig nootje. (Om klachten te voorkomen worden tegenwoordig meestal alleen mannelijke bomen geplant.)
Een Universiteit doet nu eenmaal onderzoek. Daarom lag het ook voor de hand dat werd besloten tot een dubbel experiment: Op 23 februari 1935 werd op de takken van de mannelijke boom een aantal enten aangebracht van een groot, vele kiemkrachtige zaden producerend, ongeveer gelijktijdig bloeiend, vrouwelijk exemplaar, aanwezig bij Huis ten Donck te slikkerveer. De opzet van dit experiment was om na te gaan, of deze enten gelijktijdig zouden bloeien met de "vaderboom", en aldus de bestuiving te bevorderen. Men moest geduld hebben want het duurde tot 1970 alvorens bloei aan de, enig overgebleven, ent optrad. Deze resulteerde in twee zaden. Na zaaiing bleek een kiemkrachtig, doch kwam niet verder dan een veel belovend begin. Voor bestuiving van bloemen van de vrouwelijke boom was stuifmeel bewaard gebleven van de mannelijke boom, door de onderzoeker overbracht op de vrouwelijke bloempjes. Helaas was ook dit geen succes.
Kiemkrachtige zaden komen in Europa zelden voor. Hierdoor zullen we typisch oosterse delicatesse moeten missen: De kiem van het Ginkgo nootje wordt na gekookt te zijn in China en Japan gegeten. De smaakt lijkt op heel zoete sperciebomen. En hoe het die enig overgebleven ent uit Huys ten Donck verder is vergaan? Die is na de eenmalige bloei afgestorven.

