Dwars door Nederland
Aart van Dragt

Ik ben onderweg naar slot Loevenstein. De wandeltocht van vandaag is een voorbereiding op een route die Europa van Noord naar Zuid doorkruist. Jaarlijks loop ik een deel van deze Gr 5. Langs de Waal lopend wil ik Nederland van west naar oost doorsnijden en zodoende wat conditie opbouwen. Als ik mijn auto bij het kasteel geparkeerd heb, ga ik tegen de wind in op weg naar Zaltbommel.
De dijken en uiterwaarden zijn in het voorjaar op hun mooist. Het geel bloeiende koolzaad geeft aan waar de dijk vorig jaar, of een jaar ervoor, nog is gerepareerd. De wilgen tonen hun tere groen. Witte bloesems van kers en peer omlijsten oude boerderijtjes.
Honderden ganzen grazen en broeden in de uiterwaarden. Nu al over-zomeren bijna vierhonderdduizend van de twee miljoen die in de winter in ons land verblijven. Dit aantal neemt jaarlijks met bijna vijftig procent toe. Voor de jaren zeventig broedde geen enkele wilde gans in ons land. De ommekeer kwam als gevolg van het ontstaan van de Oostvaardersplassen (1968). Daar slaagden de eerste grauwe ganzen hun jongen groot te brengen. Een andere vogel die het in het rivierengebied opvallend goed doet is de ooievaar. De ooievaarsnesten in bijna elk dorp zijn bezet. Deze vogel is bezig met een geslaagde comeback.
Bij het prachtig zeventiende eeuws landhuis van Brakel besluit ik een ommetje door het park te maken. In het landschapspark bevindt zich de ruïne van het middeleeuwse kasteel dat door de Franse troepen in 1672 is verwoest. Een lot dat het deelt met heel veel kastelen in het rivierengebied.
Terug loop ik door de uiterwaarden vlak langs de rivier. Zeggesoorten leggen met grote kruissteken de door de rivier opgeworpen zandduinen vast.
Wilgen proberen de rivieroever te veroveren. Telkens worden ze door paarden en koeien afgevreten. Maar voortdurend weer uitlopend ontwikkelen ze vlak boven de grond zijdelinkse uitlopers. Het worden hele bosjes. Net zolang totdat de grazers er niet meer bij kunnen en dan kan daaruit snel een aantal stammen omhoog schieten.
Boerenwormkruid heeft tussen het gras grote plakkaten gevormd. In juni zal het samen met het Sint janskruid, en de later bloeiende teunisbloem, een prachtige gele bloemenzee vormen.
Uit de wind achter een rivierduintje nuttig ik mijn twaalf uurtje op een aangespoelde houten pallet. Grommend en puffend passeren binnen-schepen. Golven slaan met veel geraas stuk op de over. Even later breekt de lang verwachte zon door. Het wordt nog warm. Wat is het leven toch mooi.
