Heen

door Aart van Dragt

bwilgenroosje
wilgenroosje
Het parkeerterrein van de Fakkel was het verzamelpunt voor een dagje struinen op het eiland Tiengemeten. Ik was te vroeg, aangetrokken door de prachtig (rose) bloeiende zwanenbloemen ging ik even naar de sloot langs de Sportlaan kijken. Omdat deze plant zo aantrekkelijk is voor vijver bezitters, kreeg het status van wettelijk beschermde plant. Gelukkig is de zwanenbloem nog redelijk vaak langs de slootkant te zien. De bijna dicht gegroeide sloot bevat een schat aan planten. Op het water de bladeren van de kikkerbeet, de op het water liggende bladeren gelijken een verkleinde uitgaven van de bladeren van een waterlelie. De witte bloemen, met drie kroonbladen, moesten nog verschijnen. Wel waren de witte bloemen met een purperkleurige hart van het pijlkruid te zien, de pijlvormige bladeren laten geen twijfel over de naam bestaan.

Ondertussen kwamen er meer struiners opdagen en enthousiast werd de beplanting van het slootje bekeken. Zoals het harig wilgenroosje aan de hoge kant dat net begint te bloeien. Er werd even aan de bladeren van de watermunt gewreven om de heerlijke munt lucht te ruiken. Dan oeverplanten waarvan de smalle bladeren zoveel op elkaar lijken. De stekelige bolletjes, de bloeiwijze van de grote egelskop vielen wel op. Gewezen werd op de pluimen van het liesgras en de "met een duivelsbeet " gemerkte bladeren van het riet. Een soort bies met een driekantige stengel bleek Heen te zijn, vroeger beter bekend onder de naam zeebies. Deze wat op mattenbies gelijkende plant werd zo genoemd omdat ze vaak in brak water voorkomt. Bij het fietspad, achter de skatebaan, bloeien, 1 meter hoog en met prachtige licht blauwe bloemen, de wilde cichorei, maar dat is andere koffie want het is geen oeverplant.

De groep was compleet, dus gingen we op weg naar het eiland van Natuurmonumenten. Bij het dorp Nieuwendijk moesten we nog wachten op de pont daarom liepen we even naar de Tiendgorzen die naast het Veerhuis zijn gelegen. Deze graspolder is onlangs herschapen tot een slingerende nevengeul van de rivier. Hier zagen we twee witte op een lepelaar gelijkende vogels. De kleine zilverreigers liepen er driftig pikkend in het water rond. Toen we dichter bij kwamen vlogen ze op. Ze vlogen het Haringvliet over naar Tiengemeten. Wij zouden zo spoedig mogelijk volgen. Wat opvalt, dat er over de weg terug vaak veel minder te vertellen is.

Vorige pagina