De groene weelde van de Ridderkerkse griend.

door Aart van Dragt

Fluitenkruid
Fluitenkruid

Er resteert nog slechts een klein deel van de grienden die vroeger langs de oevers van rivieren sierde. Ik woonde al enige jaren in Ridderkerk voordat ik de Ridderkerkse griend ontdekte. Wie de griend wil bezoeken moet bij de haven achter de Pegasus bar gaan kijken. Na een mooie wandeling over de zomerkade kan men over een brugje de griend in.

Een smal pad gaat over diverse greppels door een verwilderd wilgenbos. Dit deel wordt sinds enige jaren niet meer gekapt. Het vormt een aardige afwisseling met het nog wel onderhouden griend. Want het "sieren" van de oevers was een bijkomstigheid.

Dotterbloem
Dotterbloem
Grienden zijn het resultaat van een oude methode om van "waardeloze" gronden toch opbrengsten te ontworstelen. Als de grienden verder opslibden werden ze omgezet in waardevoller geachte weilanden. Dat het griend uit akkertjes bestaat is goed te zien. Om de twee meter is een greppel gegraven en de vrijgekomen grond is gebruikt om dit lage akkertje op te hogen. Van een wilgentak werd een ruim 2 lange stok gesneden en deze werd op deze akker gepoot. Na enkele jaren kon in de winter worden begonnen met oogsten van de wilgentakken. Dit deed men door om de drie of vier jaar alle takken op een bepaalde hoogte verwijderen. In de Ridderkerkse griend doet men dit nog steeds. Als daarmee wordt gestopt dan verdwijnt dit stukje cultuur historie.

Haagwinde
Haagwinde
We moeten worstelen om door de haast tropisch weelderige plantengroei te komen. Dankzij het vruchtbare slib kunnen de planten grote hoogten bereiken. Er is grote variatie aan planten die zich onder deze vochtige condities thuis voelt. In het vroege voorjaar vallen de botergele bloemen van de dotter goed op. Laag over de grond woekert een prachtig blauw bloeiende hondsdraf. Geprikt door een brandnetel? Kneus een blad van de hondsdraf (vierkante stengel) en wrijf dit over de plek. Aardig is dat beide planten vaak bij elkaar te vinden zijn. Het bruisende wit van het fluitekruid zorgt er voor dat het griend er in de maand mei er op het mooist uit ziet. Wat minder opvallend is de witte bloei van look zonder look. De bladeren geven na kneuzing een uiengeur af. Het kruid werd vroeger in de keuken gebruikt. Al in mei begint de lange bloei van de smeerwortel. De witte, rose of blauwe bloemen worden veelvuldig door hommels bezocht. In de zomer valt de bedwelmende geur van de valeriaan op. Niet de vleeskleurige bloemen, maar de wortel wordt gebruikt om het zenuwkalmerende middel van te maken. De prachtige paarse bloemen van de nu bloeiende kattenstaart trekken vele vlinders aan. Als een liaan slingert de haagwinde door de wilgen. De als pispotjes bekend staande klimplant is een ramp voor de griendwerker die haar bestrijden moet. De lange wortelstokken lopen steeds weer uit, en het zaad blijft jarenlang kiemkrachtig. De gewone berenklauw groeit in het voedselrijke griend wel tot 2 meter uit. Ze onderscheidt zich van de evenhoge engelwortel door een behaarde stengel. In de herfst is aan de gaatjes in de stengel te zien dat er insekten zijn in gekropen om te overwinteren.

groot hoefblad
Groot hoefblad
Op de terugweg langs de oever van de Noord is goed te zien dat de plantengroei zich op de plekken die afgelopen winter gekapt zijn snel herstelt heeft. Na 3 jaren van afnemende licht intensiteit profiteert ze hier van het onbelemmerde zonlicht. Bijna bij de uitgang gekomen zien we de enorme bladeren van het groothoefblad. Ooit pakten de boeren hun boter in deze bladeren als ze naar de markt gingen. Vouw maar eens een blad om je arm (bovenkant blad op je arm) en voel hoe koel dat aanvoelt.

Vorige pagina