Winterse Biesbosch

door Aart van Dragt

spinneweb
Waar gaan we vandaag na toe? De laatste struiner is net ingestapt en terwijl de auto zich in beweging zet zwaaien de ruitenwissers langzaam heen en weer. De lucht is bezwangerd van vocht. Is het motregen, of is het de nevel? We besluiten dat het weer geschikt is voor een sfeervol tochtje door de Biesbosch.

Twintig minuten later lopen we over glibberige paadjes die omzoomd zijn door bemosde knotwilgen. Sommigen zijn verfraaid met verdorde groene blaadjes van de eikvaren in de holtes van de rottende knot. Het heldere wu-iet wu-iet attendeert ons op een boomklever en even later zien we hem de zwaartekracht trotseren als hij al speurend naar larven en insecten onderste boven over de onderkant van een tak loopt. De Hollandse Biesbosch tussen de Zuid- en de Oosthaven een uitgestrekt natuurgebied aan de oevers van de Nieuwe Merwede. Rietvelden met hier en daar wat elzen en vlieren afgewisseld met keurig onderhouden maar vaker ook verwaarloosde grienden. Als we even bij een zandstrandje rondkijken doemt er al brommend een donker vrachtschip op uit de nevels. Het schip is omgeven door uit het water opstijgende dampen. Na korte tijd is het schip weer door de mist opgeslokt.

Malthapolder
Mathapolder
We besluiten naar de Brabantse Biesbosch te gaan en nemen de pont bij de Kop van 't land. Aan de Brabantse zijde blijven een gelijk al boven op de dijk stil staan. Aan beide zijden van de weg strekken zich plassen uit. De in 1868 ingepolderde Spieringpolder is aan de natuur teruggegeven. Watervogels volop. Even later zien we in de telescoop; smienten, wintertalingen, slobeenden en middelste zaagbek. Dan verder naar de Deeneplaat; te midden van honderden grauwe ganzen zien we twee kleine zwanen. De telescoop en het vogelboek worden er bijgehaald om iedereen ervan te overtuigen. Daarna langs het Biesbosch museum en het drinkwaterbekken naar de nabij gelegen polder Maltha. Ook deze polder is ruim 120 jaar na de drooglegging weer ingericht voor de natuur. In korte tijd heeft het gebied bij vogelaars een grote naam opgebouwd. In de vogelkijkhut heeft een kunstschilder op de achterwand een prachtig panorama vervaardigd van alles wat hier is aan te treffen. Vooral de zilverreigers krijgen ruime aandacht.

We besluiten over de dijk rond het gebied te lopen. Een van de jongens die vooruit is gelopen wenkt opgewonden, kom vlug kijken! Vlakbij de oever zit een bever die zich weinig van ons aantrekt. Maar is het wel een bever? Twijfel slaat toe want de bever is een redelijk schuw nachtdier. Als we dichter bijkomen zwemt het dier naar een nabij gelegen eilandje. Dan zien we een lange staart, het is een beverrat. Het dier is groter dan een muskusrat en is ooit uit Zuid Amerika ingevoerd en eveneens verwilderd. Volgens mijn zoogdierengids is het dier weinig schadelijk en wordt alsnog getolereerd. Een stukje verder, verheft zich uit het riet een grote zilverreiger om een eindje verder bij een groepje blauwe reigers neer te strijken. Een onzer meent verderop nog drie zilverreigers tussen het riet te zien neerstrijken, maar de nevel verhindert nauwkeurige waarnemingen. Als we een andere dijk opklauteren zien we vet glimmende kleigronden waarover twee reeen richting een bosje spoeden. Honderden ganzen vliegen over om op de plassen van de Malthapolder neer te strijken, hier kunnen ze veilig de nacht doorbrengen. Ook wij besluiten dat het tijd is om op huis aan te gaan. We kunnen terugkijken op een heerlijke dag met al een winterse sfeer, een dag die binnenzitters vast als druilerig zullen hebben bestempeld.

Vorige pagina