Problemen met onderhoud openbaar groen
Rob Horvatht
Kattestaart
Het onderhoud van parken, slootkanten, bermen en sommige andere openbare groen voorzieningen is sinds een jaar of 15 veelal steeds natuurlijker geworden. Bijna in iedere gemeente ziet veel groen er vaak anders uit dan voor die tijd. Zo zijn er steeds meer watergangen en vijvers met geleidelijk aflopende oevers en worden bermen en dijktaluds die slechts enkele keren per jaar gemaaid. Verder wordt in grotere plantvakken met houtopslag veelal een min of meer natuurlijke onderbegroeiing toegelaten.
Vooral in het begin van deze omslag van overal cultuurgroen naar meer natuurlijk groen waren de verwachtingen hoog gespannen maar de critici zagen het eerder als een excuus om de boel te verwaarlozen waardoor er op verkapte wijze kon worden bezuinigd. Bezuinigen was echter niet aan de orde, want zeker het opstarten naar meer natuurlijk groenonderhoud veroorzaakt in de beginperiode soms eerder hogere kosten. Dit komt onder meer omdat er soms met andere machines gewerkt moet gaan worden. Ook moet er vaker vegetatie worden afgeruimd en afgevoerd. Maar bij goed volhouden en de ingeslagen weg consequent blijven volgen kan het op den duur goedkoper worden! Natuurlijk onderhoud gaat veelal samen met verschraling. Door het opruimen van het maaisel wordt de bodem (de grond waar het gewas op groeit) steeds armer aan voedingsstoffen. Hierdoor neemt de diversiteit aan planten toe (er komen meer soorten en minder massa) waardoor er steeds minder groenafval vrij komt. De afvoer van groenafval is kostbaar. In een later stadium kan het gebeuren dat er minder vaak gemaaid hoeft te worden.
Herik
Enthousiast opgepakt en later toch weer min of meer verwaterd terwijl de hoog verwachtte resultaten niet werden en worden behaald is wat je vaak te zien krijgt. Hoe komt dit nu? Vaak worden uiteindelijk toch niet de juiste werktuigen ingezet. Grote onderhoudscontracten worden vaak aan de goedkoopste aannemers gegund en deze beschikken dan niet over de juiste machines.
Dit geldt vooral bij het onderhoud van bermen en dijktaluds.
Kaardebollen
Een andere factor is dat men zich niet altijd voldoende realiseert dat het in veel gevallen juist niet opgaat om de natuur zijn gang te laten gaan!
Wij hebben door ons menselijk handelen de natuur (of wat daarvoor nog doorgaat) zijn dynamiek ontnomen! Ik denk hierbij vooral aan watergangen.
In feite hebben we alle natuurlijke waterlopen bijna stil gezet en/of vervangen voor starre sloten singels en waterpartijen en dus….is het vaak niet voldoende om de beschoeiing te verwijderen en een geleidelijk aflopende oever te maken.
Alle door theorie gevoede verwachtingen al dan niet gestaafd door mooie tekeningetjes ten spijt verandert ons afgevlakte oevertje heel vaak binnen een paar jaar in een massale maar eentonige vegetatie met daarin weinig variatie.
Eerst lijkt het de goede kant op te gaan. Er ontstaat een pioniervegetatie waarin zich verschillende soorten planten ontwikkelen en het ziet er soms aanvankelijk heel gevarieerd uit maar als je er dan verder niets aan doet is het meestal zo dat er een rietkraag ontstaat die bijna alle andere planten verdringt.
Ook al wordt dat riet ieder jaar afgemaaid, het riet blijft dominant en de andere planten krijgen geen kans meer omdat de al eerder genoemde dynamiek ontbreekt! Lang geleden toen water en wind nog vrij spel hadden stroomde er water in en uit de kreken. Ook toen groeide er veel riet, maar af en toe spoelde dat ook weer weg. Er ontstonden tijdelijke meertjes waar zeggen en biezen groeiden. Nu en dan spoelden er hele stukken van de oever weg en konden er weer pionierplanten groeien. Soms was er hier en daar wat helder water en dan weer was het er troebel al naar gelang het water zich bewoog en het gaf en nam.
Echte koekoeksbloemen
De conclusie is dat wanneer wij iets dergelijks als een natuurlijke variatie willen terug krijgen er wat voor zullen moeten doen. Door het riet gevarieerd te maaien kun je over een bepaalde lengte riet van verschillende leeftijden laten ontstaan. Eenjarig, tweejarig en meerjarig riet. Op verschillende plaatsen kun je zorgen dat er helemaal geen riet kan groeien door de vegetatie permanent kort te houden. Niet zo kort dat er alleen maar madeliefjes en kruipende boterbloemen kunnen groeien maar zo hoog dat er zich onder meer zeggensoorten kunnen ontwikkelen. Je kunt dit maaiwerk doen volgens een bepaald te voren uitgewerkt schema maar dit mag niet heilig zijn.
Stel, er ontwikkelt zich op een bepaalde plaats een gedeeltelijke begroeiing met Kattenstaart, Moerasandoorn, Koninginnekruid. Daar kun je dan natuurlijk omheen maaien. Wel moet er gezorgd worden dat een eenmaal gekozen goed werkend maaischema in grote lijnen moet worden volgehouden.
Margrieten
Zo zijn er talloze voorbeelden te noemen waarbij je juist door regelmatig maar wel op de goede manier in te grijpen zelf voor een beetje dynamiek kan zorgen zodat er een gevarieerde en soortenrijke situatie in de hand wordt gewerkt.
Kleinschalig werken en er de juiste machines gebruiken is daarbij de sleutel voor het succes! Immers: de vegetatie moet worden afgesneden en enkele dagen blijven liggen zodat de zaden en allerlei andere zaken er uit kunnen vallen. Om de boel te laten verschralen waardoor de soortenrijkdom toe neemt moet het maaisel uiteindelijk verwijderd worden.
Dit lijkt op het ouderwetse hooien wat de boer vroeger deed.
In het begin van dit artikel beweerde ik dat natuurlijk onderhoud op de juiste manier uitgevoerd op den duur goedkoper kan worden. Wat mij betreft mogen opdrachtgevers en uitvoerenden dus in dit opzicht wat verder vooruit gaan denken. Verder zou het een goede zaak zijn dat zowel uitvoerenden als toezichthouders enige kennis van flora en fauna ontwikkeling bezitten.
Vorige pagina