Carnisse Grienden
Er bestaat een groot verschil tussen de grienden die op het eiland IJsselmonde aan de Oude maas zijn gelegen. De Rhoonse grienden worden nog steeds als een oorspronkelijk griend onderhouden. Op zondag komen er honderden mensen recreëren.
Het Carnisse griend is minder bekend en daardoor ook rustiger en wordt bij uitstek door natuurliefhebbers bezocht.

In de Carnisse grienden, dat gelegen is tussen Barendrecht en Rhoon aan de Oude Maas, laat het Natuur en Recreatieschap Ijsselmonde de natuur meer zijn gang gaan.
Omdat sinds de jaren '50 de vraag naar griendhout begon af te nemen en onderhoud niet meer rendabel was, laat men in de Carnisse grienden grote gedeelten verwilderen. Misschien staat het wat slordig, al die bomen die schots en scheef staan of reeds omgevallen zijn. Maar hierdoor krijgen de vele van rottend hout levende insekten en schimmels een kans. Specht en boomkruiper voeden zich weer met deze insekten. Dit verwilderende gebied biedt schuil en broedgelegenheid aan veel dieren. Hier kan bijvoorbeeld de ijsvogel, die ook in dit griend voorkomt, zijn hol maken in de wortelkluit van een omgevallen boom. De ontstane kluit vormt ook een geschikte groeiplaats voor moerasplanten.
Zo wordt dit griend steeds meer een leefgebied van plant en dier.

In enkele gedeelten gaat de ontwikkeling in de richting van het oorspronkelijk in dit gebied voorkomende vloedbos. Midden in dit gebied zijn nog de resten van een voormalige illegale jachthaven te zien. De dukdalven staan er nog. Op deze plek, die nu een slikplaat is, komen vooral bij laag water vele steltlopers en eenden (zoals smient, wintertaling en krakeend) voor. Van achter een kijkscherm bij de andere slikplaat kunnen de vogels ongestoord geobserveerd worden. In de zomer worden op nabij gelegen oever nog geregeld biezen gedroogd. Want de langs de Oude Maas groeiende biezen hebben volgens de stoelenmatters een ongeëvenaarde kwaliteit.
De Natuurvereniging Ridderkerk doet al jaren onderzoek naar de vogels in de Carnisse grienden.
In het voorjaar worden de territoria van broedvogels geinventariseerd en werd geconstateerd dat hier ruim 40 soorten broeden. Minder vroeg hoeven de leden van de vogelwerkgroep uit de veren om in de winter de aanwezige vogels te tellen. Al deze cijfers vormen weer informatie voor het SOVON. De overheid maakt voor haar beleid gebruik van deze door vrijwilligers verzamelde informatie.
Vorige pagina