![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Op de grens van de laagveenpolders en de Utrechtse heuvelrug liggen de s'Gravenlandse buitenplaatsen. Rijke kooplieden uit Amsterdam ontgonnen vanaf 1625 de woeste gronden. De streek was eenvoudig bereikbaar geworden per trekschuit. De woeste grond was goedkoop en het tijdens ontginning vrijgekomen zand werd goed verkocht en per trekschuit afgevoerd naar Amsterdam. Alras bouwden de kooplieden hier hun landhuizen om zomers de stad te kunnen ontvluchten en uiteindelijk gaan ze er permanent wonen. Zo ontstaan vanaf 1641 de buitenplaatsen Schaep en Burgh, Boekensteyn, Spanderwoud, Hilverbeek, Trompenburgh en Gooilust. Uiteraard werden de buitenplaatsen naar de eisen der tijd aangekleed. De oorspronkelijke inrichting in de stijve Barokstijl werd in na 1800 vervangen door de veel natuurlijker vorm gegeven Engelse landschapsstijl. De jonge bomen zullen in de arme zandgrond langzaam zijn opgegroeid maar ze zijn uiteindelijk uitgroeid tot formidabele kolossen. Veel bomen zijn alweer gestorven maar velen zijn in alle vormen van aftakeling te zien. Op de verschillende buitenplaatsen waar Natuurmonumenten het beheer heeft mogen ze rustig sterven en tot stof vergaan. Mits ze geen gevaar opleveren. Stervende bomen langs de paden worden van zijtakken ontdaan. De enorme romp wordt langzaam door schimmels en insekten vernietigd. Vooral op Boekensteyn, Schaep en Burgh en Gooilust staan veel van deze boomruines. Ze bieden de bezoekers een extra belevingswaarde. Voor de bomenliefhebber is het een prachtig gezicht al die oude bomen te aanschouwen. En voor de paddenstoelenkenner is het vooral in de herfst genieten geblazen. Ook de vogelaar komt aan zijn trekken want dit gevarieerde gebied trekt een rijke verzameling vogels aan. Al dat oude hout dat vergaat levert voedsel aan veel insecten die weer gegeten worden door o.a. diverse vogels. De door houtrot onstane holtes zijn van belang als broedplaatsen voor vogels (o.a. de bosuil)en dienen ze als overwinteringsplaats of kraamkamer voor diverse soorten vleermuizen. Kortom hier is voor een natuurliefhebber heel veel te genieten. Naast oude bomen hebben de buitenplaatsen nog andere attracties. Allereerst de huizen zelf, vooral Trompenburgh is uniek. Wie kent niet de theekoepel van Boekensteyn beter bekend als het Capitool. Op Schaep en Burgh bevindt zich het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, een goede plek om je te oriënteren alvorens de buitenplaatsen te bezoeken. En dan natuurlijk Gooilust Hier begon Frans Blauw zijn beroemd geworden dierenverzameling bestaande uit bizons, gnoes, kangoeroes, struisvogels, Japanse reigers enz. Dendrologen verlustigen zich nog steeds aan de verzameling exotische houtgewassen die hier werd aangeplant. Het park is in 1820 ontworpen door de landschaparchitect Zocher jr. Nog steeds kunnen we genieten van rododendrons die schuil gaan in de vallei. Een bijzondere attractie is de prachtige siertuin die van 1 maart tot 1 december op dinsdag en zaterdagmiddag van 13.00 tot 16.30 open is. Deze bevat naast een prachtige plantenverzameling ook een bijzondere bomencollectie. Het bezoek is een aanrader.
|





