Voorjaarswandeling in het Ridderkerkse griend
door Aart van Dragt
Het is nu een prachtige periode om een wandeling door het griend te maken.
Onze wandeling start achter de bodega aan de haven.
Gorzenplas

Gezicht vanaf de zomerkade
We wandelen over de zomerkade die de langgerekte plas tegen instromen van
rivierwater moet beschermen. Dit om te voorkomen, dat door het voedselrijke water
de plantengroei zou toenemen en daardoor de plas snel zou dichtgroeien.
De plas dankt zijn ontstaan aan de achter de plas gelegen Deltadijk.
Bij de aanleg van de dijk, medio 1972/73, heeft men ter plaatse klei weggegraven
om het zandlichaam te bekleden. In zeer korte tijd ontstond een prachtig natuurgebied.
Aan de haaks op de dijk groeiende rietkragen is nog de ligging van de vroeger poldersloten
te herkennen. De slibberige klei van deze slootjes was onbruikbaar voor de dijk en daarom
liet men ze ongemoeid. Juist op deze ondiepten greep het riet zijn kans.
Het oorspronkelijke plan was de plas te dempen met grond uit de in 1975 te graven
nieuwe Ridderkerkse haven. Tegen deze plannen hebben natuurliefhebbers met succes
gestreden. Nu kunnen we zomer en winter genieten van tal van watervogels die hier
een goed broed- en fourageergebied vinden.
Gele lis:
In mei en juni staat de gele lis, als een koningin, te pronken langs de waterkant.
Een grote lip met een soort honingmerk trekt hommels aan, die zich ver in de bloem wurmen.
Het is een vrij algemeen voorkomende, maar beschermde plant met stijve zwaardvormig bladeren.
Later zijn de komkommerachtige vruchten te zien, hierin zitten de zaadjes die eerst wegdrijven voor ze in de modder zinken.
Aan het eind van de zomerkade gaan we het griend in.

Dit 6 ha. grote griend is een van de laatste getijden-grienden van ons land.
Behalve langs de rivieren de Noord en de Oude Maas is het getijde-griend uit bijna
geheel Europa verdwenen door het afsluiten van de zeearmen. Het verschil tussen eb
en vloed bedraagt hier ruim een halve meter.
Voor de mens ingreep was het rivierdeltagebied een groot moerasbos van wilgen en elzen.
Wat men nodig had verschafte de natuur. Om aan de stijgende vraag naar wilgentenen te voldoen,
legde men vanaf de 16e eeuw wilgenakkers aan. In de winter was er veel werk.
Het griend moest gedeeltelijk gekapt worden. De afgehakte wilgentakken werden
tot bossen gebonden. Deze wel 45 kg zware bossen werden op de rug naar een
verzamelplaats gedragen, om daar te wachten op verder transport.
De rest van het jaar was er slechts voor enkelen werk.
De sloten moesten worden uitgediept en het onkruid werd zoveel mogelijk
bestreden omdat het een voedselconcurrent van de wilg is.
Tegenwoordig wiedt men niet meer en laat men de natuur meer zijn gang gaan. Produktie
is immers van geen belang. Omdat er geen vraag meer naar wilgentakken is, laat men de
afgehakte wilgentakken laat men nu tussen de wilgen verrotten. Met de kans dat de takkenbossen met hoog water door de rest van de griend gaan drijven en verspreiden.
Helaas kunnen op die plaatsen geen dotters en andere griendplanten groeien.
Toch is het griend is een prachtig natuurgebied dat
herinnert aan hoe men vroeger leefde en werkte.
Via een brug moeten we de brede tijsloot over.
De brede sloot zorgt voor de aan en afvoer van het rivierwater.
Via greppeltjes staat ze in verbinding met het hele gebied.
Toen het griend werd aangelegd, werd om de drie meter een greppel gegraven.
De vrijgekomen grond wierp men op de akker.
Door het minder intensieve onderhoud zijn vele greppels dicht geslibt.
Vele vochtminnende planten groeien geweldig in deze voedselrijke modder.
Planten in het griend.
smeerwortel
In de greppels vallen in het vroege voorjaar de botergele bloemen van de dotter goed op. Laag over de grond woekert een prachtig blauw bloeiende hondsdraf. Geprikt door een brandnetel? Kneus een blad van de hondsdraf (vierkante stengel) en wrijf dit over de plek. Aardig is dat beide planten vaak bij elkaar te vinden zijn. Het bruisende wit van het fluitekruid zorgt er voor dat het griend er in de maand mei er op het mooist uit ziet. Wat minder opvallend is de witte bloei van look zonder look. De bladeren geven na kneuzing een uiengeur af. Het kruid werd vroeger in de keuken gebruikt. Al in mei begint de lange bloei van de smeerwortel. De witte, rose of blauwe bloemen worden veelvuldig door hommels bezocht. In de zomer valt de bedwelmende geur van de valeriaan op. Niet de vleeskleurige bloemen, maar de wortel wordt gebruikt om het zenuwkalmerende middel van te maken. De prachtige paarse bloemen van de kattestaart trekken vele vlinders aan. Als een liaan slingert de haagwinde door de wilgen. De als pispotjes bekend staande klimplant is een ramp voor de griendwerker die haar bestrijden moet. De lange wortelstokken lopen steeds weer uit, en het zaad blijft jarenlang kiemkrachtig. De fors uitgroeiende beplanting zal in de zomer voor een jungleachtig sfeertje zorgen.
Langs de Noord
Als we langs de oevers van de rivier teruglopen is duidelijk te zien dat niet alle wilgen evenlange takken dragen. Eens in de drie jaar worden in de winter de wilgen van hun takken ontdaan. In het verleden werden de takken verkocht om al naar gelang hun lengte en dikte te worden gebruikt om manden, palingfuiken e.d. te vlechten. Dikkere takken dienden als bonestaken of om zinkstukken van te vervaardigen. Deze werden veel gebruikt bij de aanleg van de Deltawerken. Opgang maakt het gebruik als tuinscherm.
Goed zichtbaar is dat grote gedeelten van de oever zijn weggeslagen door de golven. Een gevolg van het drukke scheepvaartverkeer op de rivier. Ondanks de bloot gespoelde wortels trachten de wilgen zolang mogelijk stand te houden.
Nog even dit..
Het Ridderkerkse griend is niet zo bekend als de Rhoonse en de Carnisse grienden. Maar het heeft veel meer zijn oorspronkelijke karakter bewaard. Hier zijn geen verhoogde paden aangelegd, aan beide zijden afgezet met hoog geknotte wilgen. De wandelaar kan hier nog het griend beleven zoals het vroeger op veel plaatsen te zien was
Vorige pagina