Herfstwandeling in het Gorzenpark
door Aart van Dragt
Najaar
Het jaar verkeert in zijn nadagen. Het voorjaar stond in het teken van groei en bloei,
maar het najaar staat in het teken van het naderende einde. Eerst moet nog voor het
nageslacht gezorgd worden. Bessen, zaden zorgen voor het overleven van de soort.
De bomen trekken de bruikbare stoffen uit het blad terug en de achtergebleven afvalstoffen
zorgen voor aardige bladtinten. Voor de door najaarsstormen afgerukte bladeren staat een heel
leger van afvalverwerkers klaar. Ontelbare soorten insekten, schimmels en bacteriën recyclen
dit natuurlijk afval tot kostbare voedingsstoffen. Als de trekvogels zich verzamelen voor hun
grote reis dan verschijnen ook de paddestoelen op de vochtige bodem. Het zijn de vruchten van
schimmels welke dienen voor het verspreiden van de soort. Ook in het najaar valt er veel te
genieten.
Historie
Het Gorzenpark is gelegen aan de oostzijde van
Ridderkerk. Het 40 hectare grote park is ontstaan ten gevolge van allerlei activiteiten
in een periode van bijna vijftig jaar. Het is voor een belangrijk deel aangelegd op een
oude vuilstort. De eerste aanplant dateert uit 1974. Door de flinke hoogteverschillen en
veel waterpartijen is het een natuurlijk aandoend park met veel afwisseling geworden.
1. Trap
Het aardige van dit jonge gebied is, dat er nog veel van de ontstaansgeschiedenis valt af te lezen.
Links van de trap is de oude toevoerweg naar de oude stort. Deze komt uit op het 'pleintje' dat we
zullen bereiken als we boven aan de trap zijn aangekomen. Hier stond de schaftkeet van de stortbaas.
Deze sorteerde hier grove metalen uit het huisvuil, welke periodiek door de gemeente aan een
schroothandelaar werden verkocht.
Langs de trap zien we mooie met mos begroeide brokken vormzand.
Die brokken vormzand zijn resten zand van gietvormen van de staalgieterij Bakker.
U ziet, het verleden is nog overal zichtbaar.
2. Bos
Bij de ingang van het wandelpad staan
enige flinke bomen: esdoorns.
De esdoorn herinnert menigeen zich uit
zijn jeugd. De vlindervruchtjes brak je door
midden en plakte je met spuug op je neus.
Die "neusjes" hangen in trossen aan de
kalende takken waarvan de bladeren
goudgeel verkleuren.
Die vruchtjes zijn nootjes die twee aan twee
aan elkaar zitten en elk een vleugeltje hebben.
Als ze de tros loslaten, zweven ze draaiend op
de wind naar beneden als een helicoptertje.
Inktvlekkenziekte
Wie goed kijkt zal hier of verderop tijdens de
wandeling zeker esdoorns met zwart gevlekt blad
aantreffen. Deze raadselachtige "inktvlekken"
worden veroorzaakt door een schimmel,
die als parasiet in het bladmoes leeft zonder dat de boom er
echt schade van ondervindt. De inktvlekken komen pas te voorschijn
als het blad begint te verkleuren. Die zwarte vlekken zijn de sporen
van de schimmel die met het blad op de grond terecht komen. In het voorjaar
stijgen deze sporen door de warme luchtstroom op en komen zo op het nieuwe blad terecht.
Paddestoelen

De mogelijkheid verschillende paddestoelen te vinden maakt een herfstwandeling altijd extra aantrekkelijk.
Door het beleid, het dode hout niet allemaal te verwijderen maar ter plekke te laten vergaan,
krijgen veel soorten paddestoelen hier een kans.
De schimmels helpen mee dood hout te verteren zodat het weer als plantenvoedsel beschikbaar komt.
Andere soorten werken samen met bomen. Hun zwamdraden zijn vervlochten met de fijnste boomwortels.
In ruil voor door de boom gemaakt voedsel zorgen zwammen voor voedingsstoffen die de boom hard nodig heeft.
Boom en zwam kunnen niet buiten elkaar.
Zonder de schimmels zou het bos en het leven van planten en dieren daarin onbestaanbaar zijn.
Laat de paddestoelen staan waar u ze tegen komt, dan kunnen anderen er ook van genieten.
Ze zijn bovendien niet te bewaren en het eten is een riskante zaak. En ze produceren sporen,
nodig om ergens anders weer op te duiken. Een paddestoel kan wel tien miljard sporen produceren,
waarvan maar een enkeling op een geschikte plaats terecht zal komen.
Grijsklokje
Even zoeken en dan zult u dit mini-paddestoeltje in zwermen vinden;
soms wel honderden bijeen op dode stronken of aan de
voet van levende bomen.De gegroefde hoedjes zijn circa een cm breed.
De plaatjes vervloeien niet tot inkt zoals andere inktzwammen.
Haar andere veel gebruikte Nederlandse naam is zwerminktzwam. Er zijn nog 99 andere soorten inktzwammen...
Meniezwammetje
Misschien ziet u op de grond een afgevallen takje bedekt met rode pukkeltjes.
Deze pukkeltjes zijn de vruchtlichamen van het meniezwammetje.
De in aanvang witte pukkeltjes kleuren pas rood als de sporen rijp zijn.
De zwam zelf leeft in het dode hout en helpt het mee opruimen. Bijna het hele jaar te vinden.
3. Zaden en bessen
dauwbraam
De herfst is de tijd van zaden en bessen.
Planten reizen door het landschap met behulp van zaden. Het zaad van de een waait weg op de wind
( bv. esdoornzaden) of drijft mee met water (zaad van een els of lis). De ander lift mee in de vacht
van een dier of aan de kleren van mensen (kleefkruid). Maar ook bessenetende vogels zijn belangrijke
zaad-verspreiders.
Aan vruchten en zaden is vaak te zien voor welk transportmiddel ze hebben gekozen.
Maar de zaden ontkiemen niet op elke plek waar ze terecht komen. De kiemplaats moet
geschikt zijn voor de soort. Sommige (zeldzame) soorten stellen hoge eisen aan de bodem.
Gewone klis (bloei: juli -sept.)
Kinderen hebben snel ontdekt dat hakerige bolletjes
gemakkelijk op de rug van een ander klitten.
De mensen helpt zo mee de zaden van de klis te
verspreiden. De grove bladeren van de 1 meter
hoge klis zie je op voedselrijke plekken groeien
vaak samen met brandnetels en distels.
De bloei is nauwelijks opvallend. Insekten met
een lange tong zoals vlinders hebben voor de bestuiving gezorgd.
Vlierbessen
Ook vlieren groeien graag op een voedselrijke bodem.
Overal in het Gorzenpark groeien ze, zelden worden ze
geplant... In september zijn de vlierbessen rijp.
Veel vogels eten ze, wat te zien is aan de paarse
klodders op de grond en in de buurt groeiende planten.
De klodders zitten vol roodpaarse pitjes.
Die ontkiemen gemakkelijk, als ze op een
geschikte plaats terecht komen..
Volgens overlevering zou een vlier, geplant bij de keukendeur,
de bewoners beschermen tegen onheil en kwalen. De hele struik werd gebruikt.
De bladeren, bloesem en bessen. Bijvoorbeeld om dmv een zweetkuur van een griepje
af te komen gebruikte men vlierbloesemaftreksel in het badwater.
De bessen werden gebruikt voor jam,siroop en diverse drankjes.
Wilt u dat ook eens proberen, haal dan hiervoor bessen van vlieren die groeien op onverdachte plaatsen!
4. Nieuwe Belt
Deze heuvel ligt op de plaats van een oude rivierbedding, genaamd de 'Oude Haven'.
Voor 1930 voeren via deze geul de schepen naar de Ridderkerkse haven. Deze lag ter plaatse
waar nu de brede middenberm van de Havenstraat is. (Vlak bij Bas van der Heiden).
Tussen 1970 en 1972 is op deze plaats het Ridderkerks huisvuil gestort in afwachting
van het gereedkomen van de AVR (Afval Verwerking Rijnmond). De stortplaats groeide uit
tot een heuvel van circa 8 meter hoogte. Na de definitieve sluiting op 1 januari 1973
werd het afval met een 1 meter dikke laag aarde bedekt. De 15000 kubieke meter aarde
die daarvoor nodig was, kwam uit bouwputten van de zuiveringsinstallatie waaraan zojuist begonnen was.
Maart 1974 werd een boomplantdag georganiseerd, waarna de groen-jongens de beplanting voltooiden.
Wintergroen
Niet alle bomen laten in de herfst hun bladeren vallen.
Het zijn over het algemeen bomen met naalden, dikke leerachtige bladeren die hun bladeren behouden.
Ook hier staan er een paar.
Ze zijn er nog maar pas geplant.
Een taxus en een hulst moeten in de winter met hun groen het park een beetje opfleuren.
Toch laten deze struiken ook hun bladeren en naalden vallen. Ze doen dat niet in een keer
maar spreiden dat veel meer zodat ze er altijd groen uitzien.
Taxus
Eigenlijk is het onze enige inheemse naald-"boom".
Want de den en spar komen hier van nature niet voor.
In de middeleeuwen was het sterke en veerkrachtige hout
van de taxus zo gewild dat ze bijna uit onze bossen
verdwenen zijn. Soms zien we een taxus als wintergroene
haag om een tuin aan geplant. De naalden en de rode
bessen zijn giftig. Maar juist uit deze naalden wordt het
kankerremmende medicijn taxol gewonnen.
Hulst
Weinigen zullen vermoeden dat dit struikje tot een
kleine boom kan uitgroeien. Als de plant wat hoger
wordt behoeft hij zich minder tegen vraat te beschermen
en zullen de bladeren geen gekartelde randjes meer
vertonen. Misschien is op een enkel blad al te zien hoe
de larve van de mineervlieg door het bladmoes tussen
de boven en de onderzijde van het blad een weg vreet.
5. Essen
De boomsoort die we middenop
deze heuvel volop aantreffen is de es.
Het lijkt wel of de bladeren van een
es zijn samengesteld uit vele kleine
blaadjes. Al die blaadjes groeien aan
een lange stengel die in zijn geheel
van de tak valt.
Groei: Misschien zie je ergens een
jonge scheut staan. Daaraan is te zien
hoe snel die gegroeid is: Aan het eind
aan elke tak zit een zwarte knop. In deze
knop zit de bloeiwijze en stengel met blad
die het volgend jaar gaat groeien.
(Deze knop wordt in de zomer gevormd.)
Dit uiteinde vormt een ringvormig lidteken
op het nieuwe hout.
Als we de afstand meten tussen twee van
deze ringvormige lidtekens weten we de
groei in een jaar.
Wintergasten; kramsvogels en koperwieken
Kijk eens goed in de bomen. Misschien ziet u een soort merel of lijster die bij
nader inzien een wintergast uit het koudere noorden blijkt te zijn.
Kramsvogels komen in de herfst met grote aantallen naar ons land.
Ze zijn iets groter dan een merel, met licht en donker gevlekte onderkant,
kastanje bruine vleugels en blauwgrijze kop en rug. Het zijn echte besseneters.
Ook kunnen we groepen koperwieken aantreffen, bruin getinte lijsters die in
het noorden hebben gebroed. Ze lijken op gewone zanglijsters, maar hebben een lichte streep
boven het oog en een roodbruine vlek onder vleugel, die te zien is als ze opvliegen.
6. Over de loopbrug, verder langs de andere oever
De in 1987 gebouwde lange brug geeft ons een mooie gelegenheid om naar het waterleven te kijken.
Waar blijven de waterplanten in de winter?
Als het wat kouder wordt in de herfst sterven alle waterplanten af.
Hun dode delen zakken naar de bodem en worden daar gegeten door op de bodem levende waterdieren.
Wat overblijft wordt verteerd door bacteriën. Maar niet alle waterplanten sterven.
Waterlelies bijvoorbeeld hebben een dikke wortelstok die in de modder overwintert.
De bladeren aan de top van waterpest en hoornblad groeien in de herfst dicht bij elkaar,
de toppen breken af en zakken als winterknoppen naar de bodem.
Gelderse roos
Als we het pad langs de oever volgen zien we kleine bomen en struiken met oranje/rode vruchten:
De meidoorn met weinig opvallende dof gekleurde vruchten. De lijsterbes met oranje bessen,
maar het opvallendst zijn de bessen van de Gelderse roos. Tussen rood verkleurend
blad hangen helder oranje/rode bessen aan de struik te
pronken, als een sierraad voor het park. Doch ze worden
door de vogels versmaad. Ze vormen een reservevoorraad
die slechts in noodgevallen wordt aangesproken. Meestal
als in mei de struik met prachtige hortensia-achtige
bloemen bloeit, zitten de laatste wat verdroogde bessen
nog aan de boom. De honger was niet groot genoeg geweest.
Rozenbottels
Als we, beneden aangekomen, het bankje passeren zien we
enkele rozenstruiken vol rozenbottels. De hondsroos en de
egelantier zijn wilde rozen. De blaadjes van de egelantier
ruiken naar appeltjes. De rozenbottels zijn behalve bij
sommige vogels, vooral groenlingen, ook bij mensen
geliefd. De vruchten vol vitamine C worden verzameld en
gebruikt voor jam, wijn en vruchtenmoes.
7. Lage land
Aan de ene kant rijst de Puinberg op en aan de andere kant zien we de Zandplassen.
Langs de oever staan prachtige moerascypressen en nabij het pad staat een groepje zwarte elzen.
Moerascypres
Dicht bij het water staan enkele naaldbomen die in de
herfst verkleuren. De frisgroene naalden van deze uit het
zuiden van de V.S. afkomstige boom worden eerst bruin
en vallen tenslotte af. De boom gaat kaal de winter in.
Het is een boom die zich in moerassige streken goed
thuis voelt. In de drassige bodem maken ze sterk gespreide
wortels met vlezige bovengrondse verdikkingen. Met behulp
van deze eerst op latere leeftijd zichtbare kniewortels kunnen
ze adem halen. Deze snelgroeiende bomen kunnen wel
35 meter hoog en 400 - 500 jaar oud worden.
Elzen
Ooit was het gebied waarin wij wonen bedekt
met een ondoordringbaar elzenmoerasbos.
Want op drassige ondergrond gedijt een els goed.
Misschien dat elzehout daarom zo goed tegen water
bestand is. De els is gemakkelijk te herkennen aan
de vrouwelijke katjes of elzeproppen. We zien drie
generaties aan de zelfde boom. De oudste zijn bruin
en het zaad is er tussen uitgevallen. De jongere die
in de zomer zijn gevormd en pas het komende voorjaar rijpen
en vervolgens de allerjongste generatie die nog twee jaar voor de boeg heeft.
De hangende mannelijke katjes ontwikkelen zich pas in het voorjaar.
Wintergasten
In de herfst komen veel vogels naar ons land die
in noordelijker of oostelijker gelegen gebieden heb-
ben gebroed. In elzenbossen zijn soms zwermen
sijsjes te zien, geelgroene vogeltjes die aan
elzenproppen hangen en daar de gevleugelde
nootjes uit peuteren. Sijsjes maken een kweb-
belend geluid. Waar sijsjes zaad uit elzenproppen
peuteren zijn ook vaak vinken te zien. Ze pikken het
elzenzaad op dat de sijsjes morsen.
8. Herinneringen op een bankje
Als het weer het toelaat ga dan eens even op het bankje onder de kastanjeboom zitten.
(Gezien hoe prachtig het bladgroen zich terug trekt
naar de nerven van het kastanjeblad?) Hier is het genieten van het uitzicht.
De scheepvaart op de Noord, links het griend en recht voor u het Nieuwe veer
(zo genoemd omdat daar voor de bouw van de Alblasserdamse brug een veer was).
Voor 1930 was de kreek de toegang tot de haven vanuit de Noord naar de Ridderkerkse haven.
Via een oude rivierarm tussen de polder het Zand en de gorzen (Oude haven genoemd),
bereikten de schepen de havenkom die bij de Havenstraat lag.
Deltadijk
Als we richting de griend kijken, zien we bijna de Deltadijk over het hoofd.
Sinds 1970 beschermt deze Ridderkerk tegen extreem hoge waterstanden.
In februari 1953 liepen de polders "het Zand" en "Donkersloot" geheel vol.
Het water liep op enkele plaatsen over de Ringdijk en de Molendijk, maar een
doorbraak kon nog worden voorkomen. Na jaren van plannen maken werd in 1966
de plaats van de huidige Deltadijk gekozen, dwars door de Nieuwe Bouwpolder en de Nieuwe Gorzen.
De Deltadijk bestaat uit een kern van opgespoten zand, welke is bekleed met een circa 1 meter
dikke laag klei. Deze klei is in de omgeving weggegraven. Daardoor is het Gorzenmeertje
dat aan de andere kant van de dijk ligt is ontstaan.
Geschubde inktzwam
Geschubde inktzwam
Op verschillende plaatsen op de puinberg
verschijnen deze soms wel 15 cm grote
paddestoelen. De geschubde inktzwam is een van
de meest voorkomende paddestoelen. Deze groeit
op voedselrijke gronden vaak op plekken waar
grond is vergraven. De sneeuwwitte vlokkige hoed
met lichtbruine top is langwerpig klokvormig. Al na
een dag spreidt de hoed zich uit, waarbij hij langs de
rand scheurt en tegelijk vanaf de rand vloeibaar
wordt, De hele hoed, behalve het uiterste topje,
vergaat tot inkt, die langs de eerst smetteloze witte
steel naar beneden kruipt.
Kardinaalsmuts
Uitzonderlijk:bloem en vrucht!
In het najaar zien we op verschillende
plaatsen de kardinaalsmuts getooid
met opvallende karmijnrode vruchtjes.
Die hebben de vorm van een hoed van
een kardinaal. Als ze rijp zijn springen
de vruchten open en komen in oranje
vruchtvlees verpakte zaden te voorschijn,
die aan witte draadjes hangen.
Roodborstjes eten die zaden graag.
Als in de winter het voedsel schaars wordt
knagen de konijnen de schors van de
stammetjes af. Toch lopen ze telkens opnieuw uit.
Konijnen
Behalve konijnen zult u boven op de puinberg ook
veel konijnenkeutels vinden. Met geurende keutels
bakenen konijnen het territorium van de familie af.
Het sterkste mannetje heeft de beste plek en
verschillende vrouwtjes. Deze plaats wordt tegen
andere groepen konijnen verdedigd. Maar als een
konijn onraad bespeurt, stampt deze met de
achterpoten op de grond en alle konijnen zijn
gealarmeerd en vluchten in de holen.
Daarom leven ze toch graag bij elkaar in de buurt.
9. Voormalige speelvijver
Het verschil van deze vijver met de andere plassen in het Gorzenpark is dat deze een zanderige bodem heeft.
Er zijn veel kleine verschillen aanwezig waardoor veel soorten planten die elk een andere voedselrijkdom
waarderen naast elkaar kunnen bestaan.
Vergelijk maar eens met de andere plassen, waar door voedselrijkdom minder soorten staan die zo groot worden
dat ze de meer kwetsbare planten verdrongen hebben.
Raar he, weinig voedsel betekent veel soorten!
Watermunt (bloei: juli - oktober)
Een plant gemakkelijk herkenbaar aan de pepermunt geur
die vrijkomt als het eironde blad gekneusd wordt. De plant is
circa een halve meter hoog en bloeit van de zomer tot ver in
de herfst met paars/blauwe bloemen, die veel vlinders
trekken. De plant staat altijd in het water dicht bij de oever.
Vaak staat het tussen wat steviger oeverplanten als
lisdodde, rietgras, mattenbies en zeebies, planten die hier ook groeien.
Meerkoet
Hier maar ook op andere plassen van
het Gorzenpark kunnen we regelmatig de
meerkoet aantreffen. Deze zwarte zwem-
vogel met een witte bles is wat minder
schuw dan het waterhoentje.
Het is een van de soorten die zich steeds
meer in de nabijheid van de mens is gaan
vestigen. Maar als het gaat winteren trekken
de meerkoeten zich in grote aantallen terug
op de dijken langs de grotere wateren.
Zoals de Deltadijk bij het Ridderkerkse griend.
10. Hazelaar en zijn noten
Als langs de bosrand kijkt ziet u ongetwijfeld hazelaars

Niet alleen in dit deel van het park staan hazelaars. De hazelaar is een grote struik,
herkenbaar aan de vele lange takken die op een zelfde plaats uit de grond komen.
Al sinds de prehistorie is ze een goede bekende van de
mens. Mensen hadden dit hout nodig voor wapens zoals speren, brandhout, dakbedekking,
visfuiken. Jonge takken werden als vlechtwerk voor hutten gebruikt. Een Y-vormige tak
diende als wichelroede om magnetische velden en water op te sporen. In de middeleeuwen
trachtte men met behulp van een wichelroede zelfs boeven te vangen.
Begin september laten de hazelaars hun noten vallen.
Veel mensen hebben ontdekt dat de noten goed eetbaar zijn.
Ze hebben enige tijd nodig om te rijpen.
Toch is het eten van noten die op een oude stort zijn gegroeid
niet aan te raden. Ook veel dieren zijn gek op hazelnoten.
Bosmuizen verzamelen ze als wintervoorraad.
De boomklever klemt een noot in een schorsspleet en
hakt hem met zijn stevige snavel open om bij het
binnenste te komen. Een deel van de noten wordt gemorst
en maakt zodoende kans op een andere plek te ontkiemen.
Waarom de bladeren vallen
In de herfst zien we overal de bladeren naar beneden dwarrelen.
Waarom gebeurt dat? Bladeren verdampen veel vocht..
Dat is nodig om de sapstroom, waarmee voedsel door de boom vervoerd wordt,
op gang te houden. Maar als het kouder wordt nemen de wortels bijna geen water
meer op en staat de sapstroom haast stil.
Als het blad zou doorgaan met vocht verdampen, dan zouden de bomen uitdrogen.
Uit voorzorg laten ze daarom hun loof vallen.
Soms verkleuren de bladeren eerst nog prachtig voordat de boom ze laat vallen.
Dat komt omdat de boom het kostbare bladgroen terug trekt en opslaat en slechts
een blad vol afvalstoffen laat vallen.
Tak met bladeren
Hier en daar is vast wel een tak met gedroogde bladeren te vinden.
U zult merken dat deze bladeren vast aan de tak zitten. Hoe kan dat nu?
Als de dagen gaan korten vormt zich een kurklaagje tussen tak en blad.
Als het blad van de boom valt, is de tak door een kurklaagje beschermt
tegen schimmels en infecties. De gevonden tak is afgewaaid voordat dit kurklaagje gevormd werd.
11. Moerasgebied
Als we er omheen wandelen valt ons een grote verscheidenheid aan struiken op.
In het voorjaar trekt de geurige bloemenzee vele insekten aan, die voor de bestuiving zorgen.
In het najaar is een grote oogst aan prachtig gekleurde bessen en noten het gevolg.
Het is dan ook een waar paradijs voor veel soorten vogels.
Door de dichte begroeiing bieden de bosjes het hele jaar beschutting aan vele vogels.
Vogels
Rondom het moerasgebied staan veel struiken.
Op een zonnige dag hoort u vast allerlei kleine piepgeluidjes.
Met deze roepjes houden vogels contact met elkaar.
Als u even blijft staan, ziet u vast groepjes
mezen, vinken, sijsjes of groenlingen door de
struiken scharrelen op zoek naar iets eetbaars.
De bessen van de vlier en de meidoorn zijn in de vroege herfst
al opgegeten. De opvallend rood gekleurde bessen
van de gelderse roos worden gemeden tot het
andere voedsel op is. Ook zijn ze op zoek naar
spinne-eitjes, rupsen of insekten.
Als u zich onopvallend gedraagt en doet of u ze niet ziet, dan
laten ze zich goed bekijken.
Kornoelje
Het krenteboompje en de kardinaalsmuts
vertonen in de herfst prachtige rode herfstkleuren.
Maar de onopvallende kornoelje struik waarvan de
bladeren groen blijven tot ze afvallen is toch
eenvoudig te herkennen. Het zijn niet de zwarte
bessen waarop je moet letten. Maar het blad met
evenwijdige nerven die lopen van de bladvoet naar
de top. En dan nu een truc waarvan je hele familie
verbaasd zal staan. Als je het blad voorzichtig tussen
duim en wijsvinger neemt en voorzichtig doormidden
scheurt blijft het door het kleverige vocht uit de nerf,
hoewel door midden gedeeld, als draadjes aan elkaar hangen!
Knotwilg
Dit rijtje knotwilgen
herinnert ons er aan
dat deze vroeger zo
algemeen voorkomen-
de boom bijna van het
eiland IJsselmonde
verdwenen is.
Knotwilgen zijn een
menselijke uitvinding.
Door de wilg op een
bepaalde hoogte af te zagen ontstaat een nieuwe takkenpruik.
Om de 3 - 5 jaar wordt de takkenpruik er gekapt en daarna begint het groeiproces van voren af aan.
Na vele jaren ontstaat zo de brede knoestige kruin en de veelal holle stam.
Bovenin zo'n knot kunnen weer verschillende planten leven. Men heeft in oude wilgen zo'n 135 soorten
planten geteld. De gaten en holten van een oude knotwilg vormen een prima broedplaats voor o.a.
steenuil, ringmus en mezen.
Picknickplaats
Bijna aan het einde van de wandeling staat een picknickplaats onder een prachtige els
vol met zwarte zaadproppen.
Op dit punt heeft u een mooi uitzicht over het moerasgebied.
Als U een poosje rustig blijft zitten wordt u soms verrast door het verschijnen van dieren die
zich bij uw benadering verstopt hebben. Ze zijn uw komst dan al weer vergeten en gaan gewoon weer aan het voedsel zoeken.
Parkeerplaats
We eindigen de wandeling bij de parkeerplaats waar ook het dienstgebouw staat van de
onderhoudsploeg die o.a. werkzaam is in de Gorzen en de Ridderkerkse griend.
Het Natuur en Recreatiegebied "de Gorzen" wordt namens de Gemeente Ridderkerk beheerd
door de afdeling "Groen" van de Dienst Openbare Werken. Het onderhoud wordt uitgevoerd
door een ploeg mensen van de stichting "Drechtwerk"; de sociale werkgemeenschap van de
regio waar ook Ridderkerk toe behoord.
Helaas .. maar gelukkig!
Helaas is ook aan deze wandeling een eind gekomen.
We hopen dat deze wandeling u aanzet dit gebied regelmatig
te bezoeken. Iedere periode is er weer wat anders te ontdekken.
Mocht u de wandeling met dit gidsje goed zijn bevallen
dan zal het u zeker interesseren dat voor elk seizoen
zo'n wandeling voor handen is.
Vorige pagina