Wandelen over adelijke bezittingen
door Aart van Dragt
Wandelen over adelijke bezittingen
Tussen Voorschoten en Wassenaar liggen, op een strandwal met er tussen een veenweidegebied,
de landgoederen De Horsten en Duivenvoorde.
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Aan het eind van een lange oprijlaan schemerde tussen het geboomte de veste van kasteel Duivenvoorde. Hoe lang de oprijlaan was bleek eerst toen we aan het einde van de dag terug moesten lopen. Een bevallig huisje terzijde van de oprijlaan bewaakte de toegang. Hier moest een kaartje (1 euro) worden gekocht om al de landgoederen te mogen betreden. Het park rondom dit oudste kasteel in de omgeving van Den Haag (al sinds de 14e eeuw heeft het kasteel een plantage) bevat bomen van grote ouderdom. De verschillende stadia van verval is in de bladerloze kronen goed waar te nemen. De vele kauwtjes vinden nestgelegenheid in de holtes van oude bomen. Onder de bomen zijn vele stinzeplanten te bewonderen. Er groeien o.a. sneeuwklokjes, narcissen, hyacinten bosanemonen, gevlekte en Italiaanse aronskelken, allen voorjaars-bloeiers. Door nachtvorst was een de slotgracht van een dun ijslaagje voorzien. Een enthousiaste vis was aan het ijsdansen en trachtte met dolle sprongen het bevrijdende nat weer te bereiken wat uiteindelijk lukte. Na een korte wandeling kwamen we bij de Horsten. In de 19e eeuw zijn deze landgoederen door een voorvader van onze koninklijke familie aangekocht om aan de schijnbare onuitroeibare jachtinstincten toe te geven. De Horsten bestaat eigenlijk uit de Raaphorst, Ter Horst en de Eikenhorst. Deze laatste is de woonstee van onze kroonprins en zijn prinses. Ter Horst is nu het jachtslot waar enkele keren per jaar een koninklijke jachtstoet in een feestelijke entourage de jachtbuit van enkele konijnen, hazen en fazanten verdeeld. Na het jachtslot op korte afstand bezichtigd te hebben vervolgen we onze wandeling over dit koninklijk bezit. Na het soppige broekbos met varens, bosrank en sneeuwklokjes lopen we door een veenweide gebied dat wemelt van de (weide-)vogels. Lang de slootkant zitten vele smienten. We horen de fluiteendjes al voor we ze zien. In de verte zien we de seringenberg al. Op de top genieten we van het prachtige uitzicht. Dit was een favoriete plek van Koningin Wilhelmina om te gaan schilderen. Het is ongelooflijk maar het landschap terplekke is aangelegd, o.a. door landschapsarchitect Zocher jr. in de Engelse landschapstijl. Een beek slingert door een brede duinvallei. De vallei wordt omgeven door duinen met daarop reusachtige bomen groeien met knoesten van wortels, bloot gelegd door het weg gespoelde duinzand. We lopen langs een grote plas met een historisch theepaviljoen waar we onze dorst lessen terwijl we onze benen even rust gunnen. Daarna trekken we verder door de bossen met rododendrons veel belovend in knop. Op enkele plaatsen zien we een eeuwenoude boerderij. De kippen scharren op het erf en de trotse hanen kraaien dat het een lust is. Een plaatje dat je niet meer verwacht te zien in de randstad. Verder valt ons op de bij elk oud gebouw tussen reusachtige beuken en soms een plataan maar altijd een aantal paardenkastanjers voor de mooie bloei zijn geplant. Landgoederen, een aantrekkelijke mengsel van natuur en cultuur voor een wandeling in elk seizoen. |






