De Kleine Zaag en de inwijding
eenzame wilg midden op het eiland
Recht tegenover Slikkerveer en toegankelijk vanaf de Krimpernerwaard ligt als een eiland in de rivier
de voormalige zandbank de Kleine Zaag. Hierop bevindt zich vrijwel onbekend natuurgebiedje.
Wie met het pontje de rivier over wil steken ziet al vanaf Slikkerveer een strandje en een verwilderd
wilgenbos aan de overkant liggen. De plaat ligt tussen de Nieuwe Maas en de Bakkerskil.
Aan de dijk tussen Krimpen aan de IJssel en Krimpen aan de Lek staat het met een klein bordje aangegeven.
Via een nauw hek naast een autosloperij loop ik naar de rivier.
Een grote catamaran die een veerdienst tussen Dordrecht en Rotterdam onderhoud passeert met grote haast.
De grote golven lopen zich stuk op de brede strook riet, wilgen en vlieren die de oever omzomen.
Hier ga ik mijn nieuwe kijker uitproberen.
Balkengat
Hoewel het betrekkelijk laat in het seizoen is, zie ik een blauwborst die al balancerend op
een lange rietstengel zijn liedje ten gehore brengt. Dat noem ik een binnenkomer!
Een klein maar netjes onderhouden griend herinnert nog aan het vroegere gebruik van het eiland.
Nadat de zandplaat in de rivier is ingepolderd in 1894 is ze tot 1918 als griend in gebruik geweest.
In dat jaar werd het 1e Balkengat gegraven om aldaar balken te laten inwateren wat de duurzaamheid
van het hout bevorderd. De aldus behandelde balken werden op het eiland verder verwerkt.
Zowel de houtfabriek (niet meer in gebruik) als een Balkengat komen we op onze wandeling tegen.
"wilde vegetatie"
De geschiedenis van het eiland is, door de beheerder Het Zuid-Hollands Landschap,
keurig op een bord bij de ingang van het natuurgebied aangegeven.
We komen nu op een ruig begraasd weiland de zogenaamde zomerpolder. Deze zomerpolder werd in
1935 ontgrond t.b.v. de zandwinnig en het grote gat werd na 1945 weer volgestort met puin en
klei en opgespoten met een laag zand. Hierop heeft zich in het noordelijke deel een spontaan wilgenbos
ontwikkeld waarin diverse vogels broeden. Het wilgenbos bevat veel dood hout en het is ook niet zo
verwonderlijk dat de grote bonte specht hier broed. Evenals de bos- en de ransuil.
Vanaf een strandje is er een prachtig gezicht op de dicht bebouwde oever van Slikkerveer.
Wat verder is de oever een wilde vegetatie waaruit de grote engelwortel opschiet.
In een kolossale wilg midden op het eiland bespeur ik een roodborst tapuit.
Een niet zo algemeen voorkomende vogel die zich in dergelijke ruige terreinen wel thuis voelt.
In het oude wilgenbos aan de oostzijde van het terrein zie ik opeens een jong vogeltje met een bruin staartje.
Het zit te bedelen. Ik blijf wachten. Mijn geduld wordt beloond. Het prachtig gekleurde mannetje van de gekraagde
roodstaart komt steeds dichter bij sluipen en probeert het jong van mij weg te lokken. Wat uit eindelijk lukt.
Nog een hele poos kan ik ze volgen.
Tevreden besluit ik naar huis te gaan, mijn kijker is deze eerste dag wel ingewijd.
Vorige pagina