Oliebollentocht langs de Zouwe

oliebollentocht

Jaap Nispeling had voor zaterdag 18 december een oliebollentocht naar de houtwallen van Lexmond georganiseerd. In de dagen daar voorafgaand was het weer bar en boos.

Ook de vooruitzichten voorspellen niet veel goeds als er die ochtend om 9 uur 7 liefhebbers melden voor deze tocht. Volgens Jaap had het al afzeggingen geregend, maar dat was nadat hij zijn oliebollen had ingeslagen. Hiermee was mijn grootste nieuwgierigheid al meteen beantwoord. Namelijk waar haal je bij de houtwallen van lexmond nu oliebollen.

Het bleek al snel dat ik daarin een belangrijke taak zou krijgen. Voor de voettocht een aanvang nam kreeg ik de oliebollen toebedeeld. Voor de goede orde om ze in mijn rugzak mee te nemen. Na een korte wandeling langs een oude nieuwe molen en vele rietkragen kwamen we aan het eind van een vlonderpad bij een prachtig uitkijkpunt over de boezem. We zagen honderden eenden drijven en vliegen. Ook waren er veel grauwe ganzen en een enkele Canadees. Naast enkele buizerds zagen we ook een bruine kiekendief die laag over het riet scheerde.

De koude maakte hongerig zodat mijn rugzak aanmerkelijk lichter woog toen we vertrokken. Maar eerst nog werd het smikkelen van de oliebollen vereewigd. Daarna liepen langs het gehucht Sluis (nabij Ameide) waarvan de eerste sluis al uit de veertiende eeuw bleek te dateren. Monumentale resten van deze sluis waren met een bordje met enige toelichting op de dijk gezet. De rest lag onder de dijk. Na een korte blik op de uiterwaarden van de Lek volgden we de Zouwe langs de andere oever. Langs een oude eendenkooi (wiel) met vele eenden volgden we de dijk richting Meerkerk. Links de Zouwe of Zederic en rechts een oud boerenlandschap dat telkens op een andere wijze werd uitgelicht door de zon die als een schijnwerper door het wolkendek priemde. We kwamen langs een plaats waar op de oever het riet opgeslagen in de vorm van een huisje. Het riet was met platbodems aangevoerd. Niet zichtbaar voor ons werd waar het riet was gemaaid. Ook liepen we voorbij de plaats waren in de zomer de grootste purperreigerkolonie van Nederland is gevestigd. Zoals te verwachten was zaten deze dieren in het zonnige zuiden.

Met behulp van het viaduct van de Rijksweg konden de Zouwe oversteken om weer bij de auto's terug te komen. Dankzij de vele wegblijvers verzocht Jaap of we hem van de resterende oliebollen wilden afhelpen. Dat deden we graag en in ruil daarvoor wilde Jaap een foto als bewijs dus gingen we weer op de kiek. Na een mooie tocht door de Alblasserwaard waarbij ook nog het NME van de Natuur en Vogelwacht werd aangedaan kwamen we rond drie uur weer thuis. Bijna een hele dag in de buitenlucht en we waren niet eens nat geworden.
Thuisblijvers kregen ook deze keer ongelijk.


Vorige pagina