Winterse Biesbosch.
door Aart van Dragt
Waar gaan we vandaag na toe? De laatste struiner is net ingestapt en terwijl de auto zich in beweging zet, zwaaien de ruitenwissers langzaam heen en weer. De lucht is bezwangerd van vocht. Is het motregen, of is het de nevel?

De Hollandse Biesbosch tussen de Zuid- en de Oosthaven een uitgestrekt natuurgebied aan de oevers van de Nieuwe Merwede. Rietvelden met hier en daar wat elzen en vlieren afgewisseld met keurig onderhouden maar vaker ook verwaarloosde grienden. Als we even bij een zandstrandje rondkijken doemt er al brommend een donker vrachtschip op uit de nevels. Het schip is omgeven door uit het water opstijgende dampen. Na korte tijd is het schip weer door de mist opgeslokt.
We besluiten naar de Brabantse Biesbosch te gaan en nemen de pont bij de Kop van 't land. Aan de Brabantse zijde blijven een gelijk al boven op de dijk stil staan. Aan beide zijden van de weg strekken zich plassen uit. De in 1868 ingepolderde Spieringpolder is aan de natuur teruggegeven. Watervogels volop. Even later zien we in de telescoop; smienten, wintertalingen, slobeenden en middelste zaagbek.
Dan verder naar de Deeneplaat; te midden van honderden grauwe ganzen zien we twee kleine zwanen. De telescoop en het vogelboek worden er bijgehaald om iedereen ervan te overtuigen.
Daarna langs het Biesbosch museum en het drinkwaterbekken naar de nabij gelegen polder Maltha. Ook deze polder is ruim 120 jaar na de drooglegging weer ingericht voor de natuur. In korte tijd heeft het gebied bij vogelaars een grote naam opgebouwd. In de volgelkijkhut heeft een kunstschilder op de achterwand een prachtig panorama vervaardigd van alles wat hier is aan te treffen. Vooral de zilverreigers krijgen ruime aandacht. We besluiten over de dijk rond het gebied te lopen.

foto D. v.d. Spoel: Bever
