De Kaukasische Vleugelnoot

door Aart van Dragt

Vleugelnoot
In het Donkse bos staan meerdere exemplaren, twee zijn er naast een sloot aangeplant.
De eerste die we bespreken staat nabij de "Zwarte poort". De boom met zijn lange sierlijke vruchten is te herkennen aan een diep gegroefde schors. Ze heeft een geveerd blad bestaande uit 11 tot 21 blaadjes. De boom die langs een sloot staat helt enigszins voorover. Enige jaren geleden heeft een boomchirurg een deel van zijn takken ingekort om te voorkomen dat de boom op den duur zou omvallen. Nu de boom volop in het blad staat is ingreep nauwelijks meer te zien. Wie naast de stam gaat staan ziet wel een nadelig effect van de ingreep. Op zo'n stomp die resteert na de ingreep heeft de boom nieuwe takken doen uitgroeien. Deze takken hebben geen goede aanhechting aan de stam. Dit wordt naar de vorm een plakoksel genoemd. Een dergelijke aanhechting vormt een zwakke plek en de tak kan bij een storm afscheuren. Om dit te voorkomen is weer onderhoud nodig. Een nadeel van dergelijke chirurgische ingrepen bij een boom is dat zo'n boom onderhoudsgevoelig is geworden.

De andere boom die we bespreken staat aan een klein tussenpaadje nabij de Grote vijver aan de oostkant van het park. Bij deze boom zien we een lastige eigenschap van de soort. Het voetpad wordt bijna overwoekerd door worteluitlopers van de vleugelnoot, tot op wel 25 meter van de stam en daarbij zelfs de wortels van een andere boom passeert! De worteluitlopers laten zich alleen door een naast gelegen sloot ophouden. De boom zelf is hol, door twee openingen in de stam is het mogelijk elkaar een hand te geven. Op zich is de boom kerngezond maar het ontbreken van kernhout en de grote gaten in de stam maken de boom kwetsbaar voor een flinke storm. Mocht de boom afbreken dan staan honderden worteluitlopers klaar om zijn rijk over te nemen.

Zoals zijn Nederlandse naam al zegt is de boomsoort afkomstig uit de Kaukasus, Armenië en Noord-Iran alwaar hij in bergbossen groeit. Zijn Latijnse soortnaam heeft hij te danken aan zijn oneven geveerde bladeren die wat weg hebben van de bladeren van een es (Fraxinus). Het is een sierlijke boom met forse bladeren waaraan trossen nootvruchten hangen die elk voor zich voorzien zijn van vleugeltjes. Een zo'n tros is 20 tot 40 cm lang en bestaat uit tweevleugelige nootvruchtjes. Het is een familielid van onze walnoot. Een gezamenlijk kenmerk is het hebben van geladderd merg dat zichtbaar wordt als je een takje splijt. De boom groeit het best op vochtige grond. Vandaar dat beide bomen in de onmiddellijke nabijheid van de sloten tot prachtige exemplaren zijn uitgegroeid.

Vorige pagina