Het ideale park is afgekeken van de natuur.

Ten tijde van de industriële revolutie, ongeveer twee eeuwen geleden, werden door enkele rijke fabrikanten de eerste openbare parken aangelegd. Opeens was hier en daar aandacht voor de gewone burger, die ook moest kunnen genieten van de gezonde lucht. Deze parken leken op die, welke de heren ook zelf op hun buiten hadden. Zij werden in landschappelijke stijl aangelegd, die naar het land waar ze het eerst werd toegepast "Het Engelse Landschapspark" wordt genoemd. Een van de eerste toepassingen in Nederland is mogelijk het park van Huys ten Donck" (ca. 1770) te Ridderkerk, dat nog behouden is gebleven. Het idee hoe zo'n park er uit moest zien, ontleenden de ontwerpers aan de natuur.

Schotse Hooglander

Een van hun voorbeelden de New Forrest, in het zuiden van Engeland, kunnen we ook vandaag nog bezichtigen. Daar is door eeuwenlang volgehouden zelfde beheer een natuurlijk afwisselend landschap ontstaan. Een naar oppervlakte gerekend schaars aantal koeien en paarden kon er vrij hun gang gaan en heeft het landschap vorm gegeven. Het constante geknabbel van deze dieren zorgde voor de grote afwisseling. Paarden doen, in tegenstelling tot koeien, hun ontlasting bij elkaar in z.g. latrines. Op die plaatsen wordt niet gegraasd, waardoor aldaar diverse ruigtekruiden zoals brandnetels en distels gaan groeien. Op den duur kunnen daar ook stekelige struiken, zoal braam, meidoorn en sleedoorn tot ontwikkeling komen omdat die worden ontzien. En als de struiken wat groter worden, kunnen er bomen gaan groeien, zonder de kans te lopen dat ze meteen worden afgegraasd. In de winter, bij gebrek aan gras, gaan de dieren toch de struiken in. Deze zullen dan plaatselijk het onderspit delven. Grote bomen blijven daarbij echter gespaard. Door het verdwijnen van de struiken komen ze dan op een open grasveld te staan. Aan het onderkant worden de bomen door de paarden en de koeien, die tuk zijn op jonge blaadjes "geschoren". Hierdoor lijkt het of ze van onderen zijn gesnoeid. Op andere door struikgewas beschermde plaatsen kan bos ontstaan, waar het vee zich later een weg door heen baant. Het gevolg van al deze activiteiten is een aantrekkelijk landschap van plaatselijk kortgehouden grasvelden met daarin enkele bomen. Langs de met struiken afgezette bosranden en op enkele plaatsen op het veld zullen rijk bloeiende kruiden opgroeien waaraan vele insekten zich tegoed doen. Geleidelijk gaat het struikgewas over in dichte bosschages met kronkelende paadjes. Kenmerkend zijn de vele overgangen van bos, struik, ruigte en gras; een aantrekkelijk gebied voor insekten, m.n. vlinders die er voldoende luwte vinden, en voor vele vogelsoorten. Er vinden geen grootschalige ingrepen plaats waardoor bepaalde populaties zouden kunnen verdwijnen. Altijd zal een deel van de populatie kunnen overleven en voor herstel kunnen zorgen. Ook in onze parken is hier en daar begrazing geïntroduceerd. Een "vrij" lopend kittige pony of een ruige schotse hooglander op je wandelpad tegen komen, dat is toch spannend en de natuur vaart er wel bij.

Vorige pagina