Het Reyerpark te Ridderkerk.

Fitis
Fitis
De laatste halve eeuw is het eiland IJsselmonde erg veranderd. Eerst was er voornamelijk akkerbouw. Vervolgens werden er veel huizen gebouwd, wegen aangelegd en kwamen er veel bedrijven. Om dit aan te leggen verdwenen er veel akkers, maar de gemeente deed er iets voor terug. Er werden parken en plantsoenen aangelegd. De planten (flora) en dieren (fauna) die je zag op de akkers , zoals kwartels en patrijzen maakten plaats voor soorten die meer voorkomen in bossen en bosranden. De vogelsoorten en enkele zoogdieren, zoals konijnen, die we nu aantreffen worden ook wel cultuurvolgers genoemd.

In deze periode werd ook een meer natuurlijk beheer ingevoerd bij vooral grotere stukken groen. Dit zorgde ervoor dat verschillende grasland- en oeverplanten steeds meer voorkomen. Ook kleine zoogdieren en amfibieën en verschillende vissoorten profiteerden hiervan en kwamen eens een kijkje nemen in de Ridderkerkse parken.

Het Reyerpark grenst nog een stukje aan open landbouwgrond. Dat is erg gunstig voor bijvoorbeeld buizerds en uilensoorten. Ze kunnen jagen boven akkerland en verblijven in het park. Deze vogels worden ook wel predatoren genoemd. Dit betekent dat ze jagen op (kleine) dieren, zoals muizen, egels, patrijs en haas. Die komen hier nog voor en daar moeten we zuinig op zijn.

Zelkova serrata in 't Reyerpark
Het park is opgezet als een soort arboretum, een bomentuin. Er zijn heel veel soorten bomen en struiken geplant, voornamelijk gecultiveerde en exotische houtachtige gewassen. Een landgoedeigenaar was circa tweehonderd jaar geleden zeker vol trots als hij zijn pas aangeplante Chinese notenboom ofwel Ginkgo kon laten zien. Als je zo'n bijzondere boom kon veroorloven had je veel geld en veel relaties. Deze bomen waren bijzonder zeldzaam en kostbaar. Vandaag kan iedereen die zo'n boom uit verre streken aan wil planten bij vele kwekers en tuincentra terecht. Nederlandse kwekers hebben tegenwoordig zo'n 3000 soorten en variëteiten houtachtige gewassen in hun assortiment. Inheems zijn er circa 45 soorten. Bomen uit andere delen van de wereld met een soortgelijk klimaat gedijen echter ook in ons land. Het aardige is dat sommige soorten voor de ijstijden ook in onze streken voorkwamen. In Europa zijn ze door de komst van het ijs uitgestorven. Elders in de wereld hebben ze zich tot vandaag de dag kunnen handhaven.

bladeren van suikeresdoorn 
(Acer saccharum)
bladeren van de suikeresdoorn

Toen in 1978 het 40 ha. grote park (waarvan de helft bestaat uit sportvelden) werd aangelegd was het dan ook niet bijzonder kostbaar daar een zeer rijk assortiment bomen te planten. Er werden 287 soorten en variëteiten aangeplant. Nu kan iedereen genieten van de Chinese moerbeiboom met wiens bladeren de zijderupsen gevoerd worden. En wat te denken van de zuidelijke beuk (Nothofagus Antarctica) uit het zuiden van Chili en die dus afkomstig is van het zuidelijk halfrond. Hier toont ze 's zomers haar bladeren terwijl het dan in Chili winter is! Verder staan er o.a. een doodsbeenderenboom, Chinese zakdoekjesboom, een amberboom wiens bladeren bij kneuzing een heerlijk aromatische geur afgeven. Daarnaast 20 verschillende populieren, 17 soorten robinia's, 23 verschillende eiken en 27 esdoornrassen. Verschillende boomsoorten hebben purper gekleurd blad zoals een aantal soorten esdoorns en er is zelfs een purper gekleurde treurbeuk aangeplant. Vele soorten zullen met de tijd steeds waardevoller worden omdat een boom met het verstrijken van de jaren steeds meer zijn eigen karakter toont.Het Reyerpark is een park met een grote toekomst..

Sinds een natuurlijker groenbeheer werd ingevoerd wordt ook het maaien op een andere manier gedaan; niet elke plek wordt even vaak gemaaid, kunnen er bepaalde graslandplanten gaan groeien. Nu treffen we hier en daar soorten als heelblaadje, fluitenkruid, smeerwortel, boerenwormkruid, witte en paarse dovenetel enzovoorts aan.

Groene kikker
Groene kikker
In de paddenpoel achter de grote vijver zijn nog geen parende padden gezien. Er is ook nog permanente aanwezigheid van de groene kikker geconstateerd. De kleine watersalamander krijgt wel kleintjes in de poel. Bruine kikkers en de gewone padden komen overal in het park voor. In de paddenpoel komen ook nog verschillende plantensoorten voor. Naast de al genoemde water- en oeverplanten treffen we waterweegbree, biezen en zeggensoorten aan.

Veel voorkomende vogelsoorten in het park zijn: Broedvogels: ekster, (vlaamse) gaai en bonte specht. Passanten: groene specht, nachtegaal en wielewaal. Kleine zangers: Tjiftjaf, fitis, kool en pimpelmees. Broedvogel soms: buizerd, ransuil, sperwer, torenvlak, lijsterachigen, koperwiek en kramsvogel.

Sommige vogelsoorten zijn passanten in de nazomer en in de winter. Dat wil zeggen dat ze op doortocht naar het Zuiden (en in het voorjaar op weg naar het Noorden) even in Nederland stoppen. Enige van die vogels hebben soms een broedplaats in het Reyerpark. Het kan daarom voorkomen dat ze het ene jaar hier wel broeden en het andere jaar niet.

Tip: De vele uitheemse boomsoorten tonen in de herfst vaak een bijzondere kleurenpracht!

Vorige pagina