Distels
door Riet van de Water

Als de grond waar distels groeien wordt geploegd, zodat de wortels in stukken worden gesneden, dan wordt elk stukje wortel weer een nieuwe plant: "distels steken is distels kweken". De akkerdistel is, jammer voor de boeren, een plant die zich slecht laat verjagen, maar: "distels laten staan is distels kapot laten gaan". Op geschikte grond zaaien ze zich natuurlijk ook weer uit, en geschikte grond is vooral landbouwgrond, vruchtbaar en niet te zwaar. De meest natuurlijke plaats is langs de rivieren vooral op klei.
Er zijn veel dieren die van de distels in het algemeen profiteren. Gegeten worden ze door o.a. ezels, geiten en soms door konijnen. De olierijke zaadnootjes dienen als voedsel voor de vinkachtigen en de mezen. De putters worden ook wel distelvinken genoemd. De insekten moeten een lange tong hebben om bij de nectar te kunnen, zoals b.v. de hommels, bijen en zweefvliegen. Verder leven er kevers, bladhaantjes, bladluizen en snuitkevers van het bladgroen en zijn vlinders die zowel de nectar snoepen als de plant gebruiken om er hun eieren op te leggen zodat de rupsen van het blad kunnen eten, zoals de distelvlinder. Deze vlinder trekt naar het zuiden zodra de vorst in aantocht is.

Deze opsomming draagt er misschien toe bij dat je de distel eens goed bekijkt en probeert uit te zoeken met welke je te maken hebt. Tegelijkertijd zie je dan misschien een van de vele soorten vlinders die van de bloemen snoepen.
