Lelietje-der-dalen en Lievevrouwebedstro
door Riet van de Water
Begin mei ziet de grond in loofbossen vaal wit van de Lelietjes-der dalen, ook wel meiklokje genoemd. De bloeiende plantjes bezwangeren de lucht met een zoete geur. De Latijnse naam Convallaria is afgeleid van de oude Latijnse naam Convallium oftewel Lelie der dalen, wat later dus Convallaria is geworden.

Aardig is ook dat bijna tegelijkertijd het Lievevrouwebedstro, (Asperula odorata, bloeit. Ook dit plantje geeft witte bloempjes , maar heeft een meer kantachtige uitstraling. De combinatie van deze twee soorten (eventueel in een vaasje) is heel apart.

Vers is de plant bijna reukloos, maar tijdens drogen ontwikkelt zich een fijn parfum. Het dankt zijn naam aan deze geur in gedroogde toestand.
Gedroogde bosjes Lievevrouwebedstro hebben sinds mensenheugenis de lucht in woningen verfrist. De vrouwen stop(t)en ze in hoofdkussens en beddentijken en in linnengoed...
en de verleiding was daar.
Het blad van deze plant bevat veel vitamine C en het verhaal gaat dat reeds in de 18e eeuw de koning van Polen rondvertelde dat hij zijn goede gezondheid dnakte aan zijn dagelijkse kopje Lievevrouwebedstro thee.
Voor diegenen onder ons die met roken willen stoppen nog een goede tip: Meng het blad met de bladeren van wilde muntsoorten en van klein hoefblad en je hebt een aangenaam vervangingsmiddel voor tabak, wat kan helpen een ontwenningskuur te doen slagen. Succes.
