De kleuren van vlinders

grote weerschijnvlinder
foto v.Dragt: grote weerschijnvlinder

Vlinders zijn koudbloedig, d.w.z. dat ze zon nodig hebben om warm te worden. Als ze donker van kleur zijn is dat een voordeel want donkere kleuren absorberen de warmte beter. De prachtige kleuren zijn toch een wonder, want de vleugel zelf is een doorzichtig kleurloos membraan, bedekt met eveneens kleurloze schubjes. Deze schubjes zijn zo klein dat ze alleen zichtbaar zijn door de microscoop De vlinder dankt zijn Latijnse naam eraan nI. "Lepidoptera" =schubvleugeligen. Over de hele wereld verspreid komen er meer dan 150.000 vlindersoorten voor,waarvan in Nederland nog maar 60.

De schubben geven de vleugels hun kleur op twee manieren. Er ontstaan pigment-kleuren doordat er door chemische verbindingen pigment wordt afgezet in de schubjes. Groene, rode en gele tinten verbleken als ze in fel licht komen. Dit geldt niet voor de tweede manier. Tussen de groeven in de schubben zijn zeer dunne luchtlagen. Afhankelijk van de dikte van deze luchtlagen en de invalshoek van het licht wordt licht direct teruggekaatst, geabsorbeerd (warmte) of pas iets later teruggekaatst. Hierdoor wordt een lichtbundel gesplitst in verschillende golflengtes. Een blauwe weerschijn ontstaat als het weerkaatste licht de golflengte heeft van blauw licht, enz. Dit is goed waar te nemen bij de hier afgebeelde grote weerschijnvlinder.

De stralen passen niet weer bij elkaar zoals bij wit licht, maar worden apart waargenomen zodat wij kleuren zien. Als de vlinder zich verplaatst dan kan het gebeuren dat veel licht wordt geabsorbeerd en omgezet in warmte, zodat er weinig licht wordt teruggekaatst en de kleuren fiets worden. Men denkt daarom dat de bonte kleuren van vlinders dienen als alweer tegen o.a. vogels en hagedissen en niet zozeer voor de voortplanting. Om elkaar te vinden maken ze vooral gebruik van geursignalen. Nu zou je denken waarom zijn dan juist de mannetjes zo fel gekleurd en we zijn geneigd om een vergelijking te maken met de vogels. Dit blijkt echter niet juist. Bij de vlinders is het zo dat de vrouwtjes passief afwachten of er een mannetje langskomt. Zij hebben dus een schutkleur. Hij daarentegen zoekt actief naar een partner. Zoiets trekt de aandacht en hij heeft dus behoefte aan een opzichtige schrikkleur, zodat de belagers denken dat hij giftig is of aan een ontsnappingskleur, dit is een kleur die onder een andere lichtinval verandert of verdwijnt.

landkaartje
foto M.H. Edelman: Landkaartje

Veel vlinders zoals het landkaartje kan als pop overwinteren. Het landkaartje kent zelfs twee generaties. De voorjaarsgeneratie die hier is afgebeeld en een zomergeneratie die er anders uitziet. Er zijn ook een aantal vlinders dat hier niet kan overwinteren, omdat het te koud wordt en die vliegen in de herfst naar het zuiden, waarschijnlijk naar Noord Afrika en soms zelfs nog verder. Maar als daar het droge en zeer warme seizoen begint, is dat voor de volgende generatie weer teveel van het goede en komen ze weer terug om hier voor nageslacht te zorgen, dat nageslacht vliegt in het najaar weer naar het zuiden. Als ze vanuit Afrika naar het noorden komen, maken ze graag gebruik van de woestijn-winden, die met flinke vaart naar het noorden waaien. Ze vliegen dan bij voorkeur op een hoogte van enige honderden meters, omdat we ze niet zien merken mensen daar weinig van. De vlinders die trekken zijn de zeer bekende Atalanta's, de Distelvlinders, de gele- of oranje Luzernevlinders en diverse nachtvlinders. Veel Koolwitjes trekken periodiek op zoek naar andere populaties. Ze kunnen dan met honderden exemplaren kilometers ver vliegen op zoek naar een partner.

De vlinders van de grote trek komen hier in mei of juni aan, meestal met gehavende vleugels en verschoten kleuren. Als we in de zomer een prachtige, gave Atalanta zien, kun je er zeker van zijn dat die hier is geboren. De trek-ouder heeft eerst een eitje afgezet op bij voorkeur een brandnetel, waarna de rups zich lekker dik gegeten heeft aan die brandnetel en zich daarna heeft verpopt tot de vlinder. Wat later in de zomer kan het zelfs al een tweede generatie zijn die in Nederland is geboren. Als dan, zo in oktober, het klimaat te koud en te nat wordt gaan deze nieuwe vlinders weer op de vleugels. Degenen die niet gaan zullen hier sterven. Vaak moeten ze dan tegen de wind in of met z.o.wind hebben ze deze toch sterk opzij tegen. In dat geval vliegen ze zo laag mogelijk, maar opvallend doelgericht. Ze gaan over obstakels heen en houden dezelfde koers. In dit geval kunnen we ze wel waarnemen. Dan blijkt dat ze allemaal alleen op stap gaan. Nooit in groepjes zoals vogels, maar wel met velen tegelijk. Ze zijn zelfs in staat om behoorlijk snel te vliegen. Er zijn natuurlijk grote verliezen onder deze zeer kwetsbare diertjes, maar er komen er voldoende in Afrika aan, om weer voor nakomelingen te zorgen.

De Atalanta is te herkennen aan de helder rode band op voor-en achter vleugels op een donkerbruine ondergrond, en witte vlekken in de punt van de voorvleugels. De onderzijde is in verschillende donkere tinten gemarmerd. Deze vlinder is bij ons de enige vlinder die bij regen blijft vliegen. De distelvlinder lijkt op een kleine vos, maar is lichter van kleur en groter en heeft vijf oogvlekken op de onderzijde van de achtervleugels. De voorvleugels hebben op boven- en onderzijde roze vlekken. Ik hoop dat u er vaak een tegenkomt. Nog lang niet alles over vlinders is bekend, maar gewoon genieten van deze prachtige diertjes kan ook zonder dat we alles van ze weten.

Vorige pagina