Wat was er eerder, " de vlinder of het ei " ?
door Riet van de Water
Laten we beginnen met het ei. Dat eerste imaginaire ei was er ineens op het blad van een plant en heel toevallig had deze plant precies de blaadjes waar de rupsdie uit het ei kwam zo dol op was. Hij begon als klein rupsje zijn eierschaal op te eten, en daarna zoveel mogelijk blad tot hij groot en dik geworden was. Het rupsje heeft zich verpopt en daaruit is een vlinder gekomen en zo is dat op veel plaatsen geschied, zodat ons vlindertje een partner kon vinden. Er zijn veel soorten vlinders ontstaan, die allemaal hun eigen gedrag, voedingspatroon en kleuren hebben. Er bestaan dag- en nachtvlinders en overdag vliegende nachtvlinders. De twee soorten zijn vnl te herkennen aan de voelsprieten. Dez zijn bij de nachtvlinders helemaal geveerd en bij de dagvlinders knopvormig verdikt aan het uiteinde. Deze verschillen zijn goed te zien bij de vlinders.

foto M.H. Edelman: Bruine vuurvlinder mn
De tijden zijn veranderd. De mens werkte aan zijn welvaart. De bodemveranderingen waren dusdanig dat er een zekere monocultuur ontstond. De bodem werd droger, bespoten met landbouwgif en bebouwd met huizen. Het resultaat hiervan was, dat er al maar minder soorten planten konden groeien. Dit was niet meteen opvallend, want de planten die er nog wel groeiden waren er in overvloed. Jammer was alleen dat elke soort vlinder zijn eitjes legt op zijn eigen specifieke waardplanten en als die er toevallig niet meer groeien, dan worden er geen eitjes gelegd. Het kan ook gebeuren dat zo'n waardplant slechts voorkomt in een stukje hei in Drente en b.v ook nog op een stukje in Brabant. Dan is er geen uitwisseling mogelijk tussen de vlinders van de waardplanten in Drente en die in Brabant en dan gaat deze populatie ook verloren. De vlinders vragen niet alleen om specifieke waardplanten, maar ook om specifieke biotopen en die moeten dan niet te klein zijn of te ver uiteen liggen, want dan raken de vlinders geïsoleerd en verzwakt de populatie en sterft uit. In de vorige eeuw zijn er van de oorspronkelijke 75 soorten die in Nederland voorkwamen, met veel moeite nog 54 terug te vinden, waarvan er meer dan de helft gevaar lopen ook uit te sterven. De zeldzame vlinders worden steeds zeldzamer en de gewone soorten steeds gewoner. Een leuke soort die we nog wel kunnen zien in b.v.. de Kleine Vos. Deze legt haar eitjes bij voorkeur op brandnetels (evenals de dagpauwoog en de atalanta).

foto M. de Jong: Kleine Vos
