Vlindertuin bij NME Centrum "De Groene Draak"

foto M.H. Edelman: Citroenvlinder
Berm en borderrand
Aan de rand van de tuin zijn wegedoorn, vuilboom, hondsroos, sleedoorn, meidoorn en liguster geplant. Deze struiken geven beschutting voor vlinders tegen de wind. Verder staan in de tuin vaste planten en een aantal Budleia's, beter bekend als vlinderstruiken.
Deze planten lokken vlinders aan daar ze voedsel (nectar) geven aan de vlinders.
Deze planten zijn niet alleen nuttig voor de vlinders maar voor andere insecten zoals libellen, hommels, bijen, enzovoorts.

Foto M de Jong; Kolibrievlinder
In het middenvak hebben vrijwilligers een veenmoeras aangelegd met o.a. de volgende planten; watermunt, kattestaart, adderwortel en moerasspirea. Verder werden aangeplant; puntwederik, judaspenning, lievevrouwebedstro, jakobsladders, agrimonie, rode spoorbloem en stengelloze sleutelbloem. In het middenvak zijn buiten het veenmoeras de volgende planten aangeplant; Munt, teunisbloem, lavendel, voorjaarszonnebloem, duizendblad, aster tripolium, sedum, engels gras, brunel (beter bekend als bijenkorfje), steenthijm.
Achter in de tuin groeien nog wat waardplanten die de meeste vlinders nodig hebben om hun eitjes op af te zetten. In de volksmond worden deze planten vaak onkruid genoemd, maar de juiste benaming is wilde planten. Deze waardplanten zijn nodig om de rupsen voedsel te verschaffen.

Foto H.M. Edelman; Icarusblauwtje
De meeste vlinders treffen we elk jaar opnieuw in de vlindertuin aan.
