Over vlindertuin en monitoring

door Riet van de Water

Kleine vos
Kleine vos

Naast het NME Centrum de Groene Draak in het Ridderkerkse Reyerpark ligt een vlindertuin. De bedoeling is dat er veel vlinders, en insecten komen. Er zijn diverse planten geplant en daar komen nu al vlinders en bijen op af. Voor insecten zijn de enkelbloemigen erg lekker .

De vlinders komen af op kleur en geur, zoals bijv. op de vlinderstruik (Buddleia), waarvan er een aantal zijn geplant. Voor een lange doorbloei is het goed de uitgebloeide bloemen eruit te knippen en de struiken te snoeien in maart. Want een vlinderstruik bloeit op jong hout.

Het is ook van belang waardplanten in de tuin te hebben. In onze vlindertuin staan aan de achterkant distels en brandnetels en smeerwortel, waar de vlinders hun eitjes op kunnen afzetten en waarop de rupsen leven van ‘t blad.
De boeren hebben een hekel aan koolwitjes omdat deze hun eitjes bij voorkeur afzetten op kool en omdat daarna de rupsen de kool opvreten. Iedere vlinder heeft zo z’n eigen voorkeur voor een bepaalde waardplant. Ook diverse grassen,en klimop en kornoelje om maar een paar struiken te noemen zijn goede waardplanten. Distels zijn zowel geschikt als waardplant en als nectarplant. Zon, beschutte plekjes en een afwisselende beplanting zijn andere voorwaarden voor een aangenaam leefklimaat.

Voor vrijwel alle vlinders zijn nectarplanten als voedselbron van levensbelang. Naast de vlinderstruik zijn ook de damastbloem , hemelsleutel, koninginnekruid, lavendel en enkelbloemige afrikaantjes zeer geschikt. Paarse, rode en roze bloemen zijn favoriet bij de dagvlinders. We proberen aan deze verlangens te voldoen. .

Het is moeilijk om een vlindertuin zo in te richten dat er ook vlinders komen. De vlinders willen vochtige en rommelige hoekjes. Wij Nederlanders zijn eigenlijk veel te netjes in onze tuinen en vooral nu het mode blijkt te zijn om de tuin te betegelen hebben de vlinders geen schijn van kans meer. Af en toe een klein stukje grond wat wel geschikt is ligt dan vaak te geďsoleerd. Het is daarom toe te juichen dat er vorig jaar toch soorten als koolwitje en citroenvlinder en dagpauwoog en gehakkelde aurelia en boomblauwtje en kleine vos gezien zijn in de vlindertuin.

Het is wel zo, dat in Nederland de gewone soorten (zie boven) steeds gewoner worden en de zeldzame soorten steeds zeldzamer. De vlinderstichting probeert d.m.v. kennis hieraan iets te veranderen. Die kennis verkrijgt men door monitoring. Ook in Ridderkerk worden door vrijwilligers regelmatig vlinders geteld, u ziet daar geregeld de verslagen van in Blad.

Deze gegevens worden doorgegeven aan de Vlinderstichting Dit gebeurt op heel veel plaatsen in Nederland en dank zij al deze vrijwilligers is er al veel bekend geworden over leven en overleven van vlinders. Naar aanleiding hiervan kan men proberen door vlindervriendelijke maatregelen meer vlinders te plezieren. Het is gebleken dat alle particulieren met een tuin hieraan kunnen meewerken. Maak in uw tuin een rommelhoekje achterin en vooral maak niet alle insecten dood met een spuitbus. Laat dit maar aan de vogels over. De “rommel” langs sloten en in bosjes kan heel goed dienst doen als waardplant.

Vorige pagina