Aalscholvers worden zwart gemaakt.

door Aart van Dragt

Nauwelijks zaten we in februari 2003 op de eieren of daar begon het geduvel weer.
Een vissersclub aan het Waaltje klaagde in De Combinatie dat er een eind aan moest komen. Aalscholvers vissen het Waaltje leeg! Door verbetering van de waterkwaliteit zien wij de vissen beter zwemmen en daardoor zouden wij alles voor die hobby vissers wegvangen, zo werd gesuggereerd.

Aalscholver
foto D. v.d. Spoel: Aalscholver
Dood en verderf wensten zij ons toe, alsof er niet genoeg oorlog is de wereld. En als dat niet geregeld kon worden moest de water-beheerder maar karpers en brasems uitzetten die de bodem flink omwoelen en daarmee water vertroebelen en gelijktijdig daarmee de waterkwaliteit verpesten. Zelfs het Waterschap schijnt er iets voor dergelijke maatregelen te voelen! Wij aalscholvers staan gewoon met de rug tegen de muur, het gaat immers wel over ons eten! Omdat we zwart zijn worden we vaak gediscrimineerd, evenals kauwtjes, kraaien en eksters. Mensen zijn als de dood voor ons. Altijd zijn wij zwarten met teveel.

Die zogenaamde "sportvissers" zitten met tientallen langs de kant, vangen de vis met een gemeen haakje en trekken na het liefst een lange martelpartij de vis op het droge en zetten daarna de gewonde vis weer in het water. Wat heeft dat voor zin, vragen wij ons af. Het laat zich raden wat voor een lijdensweg deze vis voor zich heeft. Dat alles voor hun lol! Wij stillen alleen onze honger. Bij ons is het hap slik en weg, volkomen pijnloos. De vis weet niet eens wat hem is overkomen.

Daarna werd het even rustig, maar in maart begon het weer.
Nauwelijks was onze oudste uit het ei gekropen of er stond met dikke zwarte letters in de Combinatie: " Schade aan visstand door aalscholvers" op de gemeentepagina waarachtig. Ik had ze daar wijzer gedacht! We werden beschuldigd het natuurlijk evenwicht te verstoren! De gemeente zal maatregelen treffen om grote schade te voorkomen. Je wordt bang als je aan toekomst van de kleine spruit denkt. En waar praten we over? Er is in Ridderkerk niet eens een kolonie! We broeden elders en komen slechts af en toe om een visje verschalken. Een gemeente van meer dan 47000 inwoners vindt dat minder dan 47 aalscholvers teveel vis eten. Een gemeente, waarna een flinke regenbui in de zomermaanden dankzij de riooloverstorten, zoveel ongezuiverd water in de singels en sloten wordt geloosd, dat er meer dode vissen door de Ridderkerkse wateren drijven dan we in jaren kunnen opeten!

De gemeente impliceert dat wij met met teveel zijn, maar hoeveel is teveel?
In heel Nederland wonen volgens SOVON (een club van vogellaars, die onze volkstellingen verzorgt) sinds de begin jaren negentig circa 20.000 paren. Daarna is het aantal gestabiliseerd en loopt zelfs wat terug tot tussen de 18000 en 19000 paren in de laatste vijf jaren. Is daarmee Nederland vol en de grens bereikt? Mijn vrouw denkt nog over een nieuw broedsel. Maar als, van alle plaatsen, de gemeente Ridderkerk aan dergelijke kwaadsprekerij meedoet, zie ik de toekomst somber in. Ik voel mij niet meer veilig, want we worden hier, modieus gezegd, gedemoniseerd. We beraden ons over de te volgen stappen. We denken zelfs aan emigreren, maar waar kunnen we naar toe?

Vorige pagina