De bruine kiekendief


Het Blad heeft SOVON 2010 uitgeroepen als Jaar van de Bruine Kiekendief en aangezien binnen de Vogelwerkgroep de aanwezigheid van de Bruine Kiekendief op IJsselmonde bekend is, was het ook logisch om hier aan mee te doen.

Ekster
De Bruine Kiekendief wordt gezien als een zeldzame en bijzondere soort. Naar schatting zijn er tussen de 1.000 en 1.250 broedparen in Nederland. De vogel is voornamelijk een rietvogel, wat wil zeggen dat hij zijn nest bouwt in (struiken in) het riet en vaak laagvliegend boven het riet of de akkers en weilanden in de omgeving jaagt op voedsel. Door de lange poten is het goed mogelijk om prooien, zoals jonge vogels (kuikens of kieken), jonge hazen en konijnen of muizen in de ruigte te bemachtigen. Vanaf begin april leggen ze 3 tot 6 eieren, vaak afhankelijk van de ouderdom van het vrouwtje. Hoe ouder zij is hoe meer eieren ze legt. De eieren worden gedurende 30 tot 32 dagen bebroed en de jongen blijven tot ze ongeveer vier weken oud zijn op het nest. Daarna verlaten ze dat, maar ze kunnen pas na 35 tot 40 dagen vliegen! Dus gedurende ruim een week zwerven ze door het riet rondom het nest. Na het uitvliegen blijven ze ongeveer 2 tot 4 weken in de buurt van het nest en worden ze nog gevoerd door de ouders. Als de jongen zelfstandig zijn dan vertrekken als eerste de oudervogels naar het zuiden en later pas de jonge vogels. Blijkbaar weten ze vanuit hun genen waar ze naar toe moeten vliegen. Hoewel de oudste Bruine Kiekendief 20 jaar en 1 maand is geworden, worden Bruine Kiekendieven gemiddeld niet ouder dan een jaar of 5. Dit geldt dan voor vogels die het eerste jaar hebben overleefd, want gedurende dat jaar komt bijna de helft al om het leven.

Begin 2010 was een oproep gedaan om alle waarnemingen zo uitgebreid mogelijk door te geven via www.Waarneming.nl zodat de informatie ook voor de SOVON beschikbaar kwam. Tot begin november zijn er nu 174 waarnemingen ingevoerd, waaruit al wel het een en ander is af te leiden.

Zo is de Bruine Kiekendief vrijwel het gehele jaar op IJsselmonde waar te nemen met echter een paar "gaten" gedurende het jaar. De 1e waarneming is van 9 januari, maar tussen 28 januari en 18 maart is er geen vogel waargenomen. Ter vergelijking in 2009 was de eerste waarneming pas op 5 maart. De verklaring hiervoor kan voor een groot gedeelte gezocht worden in het feit dat de Bruine Kiekendief in Nederland eigenlijk alleen maar voor een beperkt deel overwintert in Zeeland en voor het overgrote deel wegtrekt naar warmere oorden in het zuiden. De laatste waarneming is tot nu toe geweest op 9 oktober. In 2009 was in een vergelijkbare periode de laatste waarneming op 13 oktober en daarna nog op 8 en 18 december. Zowel de laatste 2 waarnemingen van 2009 als de eerste van 2010 waren van een locaal aanwezige vogel dus dat kan betekenen dat er ongeveer 1 maand een overwinteraar is geweest.

In de loop van maart worden weer de eerste overvliegende Kiekendieven gezien en eind maart begin april wordt baltsgedrag waargenomen rond het Develgebied tussen Heerjansdam en Zwijndrecht en later ook bij Barendrecht en Rhoon. Tot eind april worden de meeste overtrekkende vogels waargenomen die vrijwel zonder uitzondering allemaal in noordelijke richting vliegen. Gedurende de zomermaanden blijken de waarnemingen vooral te bestaan uit locaal voorkomende vogels, veelal jagend rondom Heerjansdam, Barendrecht, Rhoon en de Crezéepolder. Deze laatste locatie is geen broedlocatie, maar wordt voornamelijk gebruikt door Bruine Kiekendieven die broeden in de rietkragen bij Kinderdijk en die komen jagen in de Crezéepolder. Heel regelmatig is waargenomen dat, na een geslaagde jacht, een vogel weer de Noord overvloog naar de rietvelden bij de molens van Kinderdijk met een prooi in de klauwen.

Hoe de broedresultaten zijn geweest is nog niet helemaal duidelijk, maar bij Heerjansdam zijn 3 uitgevlogen juveniele vogels ter plaatse vastgesteld. Op andere plekken, waar wel gedrag is gezien wat "broedverdacht" wordt genoemd, zijn later in het jaar geen jonge vogels gezien. De oorzaak kan hier liggen in het feit dat er te weinig waarnemingen uit die gebieden zijn gedurende de periode dat de jongen zijn uitgevlogen.

Vanaf halverwege augustus wordt duidelijk dat het wegtrekken is begonnen. Het merendeel van de waarnemingen betreffen dan vogels die allemaal in zuidelijke of zuidwestelijke richting overvliegen met als hoogtepunt 5 individuen gedurende het tellen van de trek op 25 september in De Gorzen.

Het jaar van de Bruine Kiekendief heeft uiteindelijk geleid tot meer gemelde waarnemingen waardoor wat meer inzicht is verkregen in de verschillende activiteiten van de vogel gedurende het jaar. Helaas zijn er geen broedlocaties bij gekomen die nog niet bekend waren. Dit zal mede veroorzaakt zijn door een gebrek aan waarnemers, met name aan de westelijke kant van IJsselmonde, dus hier ligt nog een uitdaging.

Vorige pagina