De broedvogels van de Gorzengriend
Dit jaar (2009) staat de Gorzengriend veelvuldig in de belangstelling. Al 13 jaar wordt het natuurgebied geïnventariseerd op de broedvogels. Gedurende deze periode is veel veranderd in de griend. Een mooi moment om eens kort de resultaten t/m 2008 onder de loep te nemen.

foto D. v.d. Spoel: Meerkoet met jong
Op het Meer der Stilte zijn natuurlijk voornamelijk watervogels aangetroffen. Wilde Eend, Meerkoet, Waterhoen en Kuifeend zijn jaarlijks met meerdere paartjes vertegenwoordigd. De laatste jaren neemt ook het aantal Krakeenden toe. Vanaf 2000 is het een vaste broedvogel en sindsdien is het aantal gegroeid van 1 broedpaar tot max. 8 (in 2004 en 2006). De rietkraag langs het meer is het domein van de Kleine Karekieten. Het is na de Winterkoning zelfs de meest voorkomende broedvogel van het gebied. Het aantal territoria varieert jaarlijks tussen de 12 en 19 paartjes, m.u.v. 2003. In dat jaar was het aantal gekelderd tot slechts 8 territoria. Een belangrijke oorzaak hiervoor was het storten van bagger in de rietkraag tijdens de winter voorafgaand aan het broedseizoen. Gelukkig heeft de stand zich daarna weer hersteld.
De griend zelf wordt gekenmerkt door een diversiteit aan zangvogels. Algemene broedvogels zijn Merel, Winterkoning, Zwartkop, Tjiftjaf, Fitis, Pimpel- en Koolmees. Door de toenemende ouderdom van het gebied neemt ook het aantal holenbroeders licht toe. Soorten, zoals Grote Bonte Specht, Groene Specht en Boomkruiper, lijken te kunnen profiteren van de oude knotwilgen waarin makkelijk gaten te maken zijn.
Met de kenmerkende griendsoorten gaat helaas niet zo goed. De Blauwborst was tot eind jaren negentig een vaste broedvogel in de griend, maar is de laatste tien jaar nog slechts onregelmatig vastgesteld. En dat terwijl het op landelijk niveau de soort voor de wind gaat. Een andere kenmerkende broedvogel die bij de griendcultuur hoort is de Matkop. Het aantal territoria fluctueert al enige jaren tussen de 2 en 5. Ook de trend bij de Koekoek is stabiel. Andere soorten, zoals de Gekraagde Roodstaart, Nachtegaal en IJsvogel, broeden slechts incidenteel in het gebied. De reeks tellingen begint een mooie lengte te krijgen. Hopelijk kunnen we dit als vogelwerkgroep nog jaren voortzetten, want hoe langer de reeks wordt, hoe waardevoller de gegevens zijn.
