De broedvogels van de Gorzengriend

Dit jaar (2009) staat de Gorzengriend veelvuldig in de belangstelling. Al 13 jaar wordt het natuurgebied geïnventariseerd op de broedvogels. Gedurende deze periode is veel veranderd in de griend. Een mooi moment om eens kort de resultaten t/m 2008 onder de loep te nemen.

Meerkoet met jong
foto D. v.d. Spoel: Meerkoet met jong
In de loop der jaren zijn 51 soorten broedvogels vastgesteld. Gemiddeld werden 152 territoria geteld. Bij het inventariseren van broedvogels is vaak niet mogelijk om het nest te vinden. Daarom wordt aan de hand van het aantal territoria bepaald hoeveel broedvogels in een bepaald gebied zitten. Het aantal territoria en de diversiteit aan soorten schommelt door de jaren heen. Topjaren qua aantal broedvogels waren 2006 en 2007. De diversiteit aan soorten was in die jaren echter niet het hoogst. Het aantal verschillende soorten broedvogels lag in meerdere jaren op 37 stuks. Toch lijkt de trend over het geheel genomen voor het aantal territoria te stijgen, terwijl het aantal soorten min of meer gelijk blijft. Wanneer onderscheid gemaakt wordt tussen de broedvogels van het Meer der Stilte en de griend dan geeft dat een ander beeld. Waar het aantal broedparen op het meer toeneemt, laat de griend juist een dalende lijn zien. Mogelijk heeft het achterstallige onderhoud van de griend hier mee te maken, maar dit moet nog nader worden uitgezocht.

Op het Meer der Stilte zijn natuurlijk voornamelijk watervogels aangetroffen. Wilde Eend, Meerkoet, Waterhoen en Kuifeend zijn jaarlijks met meerdere paartjes vertegenwoordigd. De laatste jaren neemt ook het aantal Krakeenden toe. Vanaf 2000 is het een vaste broedvogel en sindsdien is het aantal gegroeid van 1 broedpaar tot max. 8 (in 2004 en 2006). De rietkraag langs het meer is het domein van de Kleine Karekieten. Het is na de Winterkoning zelfs de meest voorkomende broedvogel van het gebied. Het aantal territoria varieert jaarlijks tussen de 12 en 19 paartjes, m.u.v. 2003. In dat jaar was het aantal gekelderd tot slechts 8 territoria. Een belangrijke oorzaak hiervoor was het storten van bagger in de rietkraag tijdens de winter voorafgaand aan het broedseizoen. Gelukkig heeft de stand zich daarna weer hersteld.

De griend zelf wordt gekenmerkt door een diversiteit aan zangvogels. Algemene broedvogels zijn Merel, Winterkoning, Zwartkop, Tjiftjaf, Fitis, Pimpel- en Koolmees. Door de toenemende ouderdom van het gebied neemt ook het aantal holenbroeders licht toe. Soorten, zoals Grote Bonte Specht, Groene Specht en Boomkruiper, lijken te kunnen profiteren van de oude knotwilgen waarin makkelijk gaten te maken zijn.

Met de kenmerkende griendsoorten gaat helaas niet zo goed. De Blauwborst was tot eind jaren negentig een vaste broedvogel in de griend, maar is de laatste tien jaar nog slechts onregelmatig vastgesteld. En dat terwijl het op landelijk niveau de soort voor de wind gaat. Een andere kenmerkende broedvogel die bij de griendcultuur hoort is de Matkop. Het aantal territoria fluctueert al enige jaren tussen de 2 en 5. Ook de trend bij de Koekoek is stabiel. Andere soorten, zoals de Gekraagde Roodstaart, Nachtegaal en IJsvogel, broeden slechts incidenteel in het gebied. De reeks tellingen begint een mooie lengte te krijgen. Hopelijk kunnen we dit als vogelwerkgroep nog jaren voortzetten, want hoe langer de reeks wordt, hoe waardevoller de gegevens zijn.

Vorige pagina