Op jacht met telelens en Engelengeduld.
door Gustav Kiburg
Hoewel we alle vogels en andere in het wild levende dieren mooi vinden, hebben we toch wat meer met ijsvogels. Natuurlijk komt dat door zijn prachtige verschijning. Zo'n felblauwe Schicht, die voorbij schiet langs de rivier waarin je staat te vissen.

Naast het bekende decor van de beken en rivieren van het laaggebergte in België en Duitsland is deze vogel steeds meer te zien in het vlakke deel van Nederland, in polders en andere plaatsen met een combinatie van bomen, struiken en helder water. Dat dit beestje in het Nederlands ijsvogel heet, is een ingeslopen vergissing. De naam ijsvogel stamt af van het Duits-Germaanse Eisenvogel, wat staat voor staalblauw. Dit beestje kan slecht tegen vorst, want aangezien hij voornamelijk vis eet, moet hij weinig hebben van bevroren water. Maar met de zachte winters van de laatste jaren neemt de populatie flink toe. Ook is er door organisaties een aantal beken in ons land hersteld, zijn er vistrappen aangelegd en zijn op een aantal plaatsen de oevers voorzien van steile wanden.
Het ijsvogeltje kent een bijzonder gezinsleven. Het mannetje en vrouwtje leven apart en hebben hun eigen territorium, maar als de paaitijd aanbreekt, zoeken ze elkaar op. Eendrachtig verdedigen ze dan het gezamenlijke territorium tegen indringers. Als een paartje een geschikte plek gevonden heeft, maken ze samen het nest. Dat is eigenlijk een tunnel van 50 tot 100 cm lang met een doorsnede van ongeveer vijf centimeter. Aan het eind van de tunnel is de broedkamer. Er wordt met broeden gewacht tot het laatste ei is gelegd, zodat alle eieren ongeveer tegelijk uitkomen. Vervolgens vliegen het mannetje en het vrouwtje af en aan met visjes, om de hongerige magen te stillen. Na het ontvangen van een vis schuift de jonge ijsvogel op en gaat het volgende jong voor het gat zitten. Zo krijgen ze allemaal evenveel vis door dit carrouselsysteem. Na ongeveer vier weken zijn ze volgroeid en verlaten ze het nest.
De vogeltjes worden dan nog een paar dagen gevoerd, waarna ze uit het territorium van de ouders worden verjaagd en ze zelf hun kostje bij elkaar moeten scharrelen. IJsvogels broeden gemiddeld tweemaal per jaar, maar driemaal komt soms ook voor. Per broedsel worden 4 tot 8 eieren gelegd.
Door veel te lopen nabij een beekje in Brabant kwam ik steeds dichter bij hun standplaats, die bevindt zich vaak in de buurt van het nest. Daar ga je gewoon rustig zitten achter een struikje of een andere dekking met een verrekijker in de hand. Op een gegeven moment is het bingo en weet je precies waar je moet zijn voor de foto's. Het zijn schuwe diertjes en als ze je zien, vliegen ze weg, hoewel ze na een bepaalde tijd weer terug komen. Om ze echt goed te fotograferen heb je en camouflage tentje nodig.
Ik zit op en klein stoeltje in de tent en alleen de voorkant van de lens steekt uit de tent, gericht op de plaats waar de vogels gaan zitten. Het kan gebeuren dat hij een uurtje weg is, maar je moet blijven opletten, want hij kan zomaar een paar seconden terugkomen en dan weer weg zijn. Wanneer ik wegga wacht ik eerst tot hij weg is, voordat ik spullen opbreek en vliegensvlug maak dat ik wegkom. Ik ben er n.l. van overtuigd dat ijsvogels tentjes kunnen associëren met gevaar als je minder voorzichtig te werk gaat.
