De Kleine Karekiet
door Riet van de Water

Het is een vogeltje dat we ook in onze grienden aantreffen. Want de Kleine Karekiet bouwt zijn nestje tot in de smalste rietkragen. Evenals de Grote Karekiet bouwt hij zijn huisje tussen loodrechte stengels. Drie hiervan zijn al voldoende voor houvast, maar er moet wel een rietkraag (-je) zijn om dit nestje te verstoppen. De Kleine Karekiet is een heel bescheiden vogeltje dat uiterst tevreden is met een zeer bescheiden broedterrein. Hier en daar een paar struiken en dus wat riet en dat is ruimschoots voldoende voor hem.
De Kleine Karekiet is een trekvogel die 's winters de voorkeur geeft aan tropisch Afrika, maar waarvan het mannetje in april alweer te horen is op zijn eigen broedterrein.. Hij gaat op zoek naar een geschikte plaats voor het nest en zodra hij dat gevonden heeft gaat hij luidkeels rondvertellen dat hij nu nog een vrouwtje zoekt. Hij zit dan vaak heel handig verstopt in het riet, zodat het voor ons nog een hele klus is om hem te vinden, maar het vrouwtje heeft daar geen enkele moeite mee. Als zij de plek veilig genoeg en de man flink genoeg vindt, dan is er haast geboden. Er wordt direct begonnen met de bouw van een soort paalwoning. Het nestmateriaal, zoals blad en gras wordt het liefst vochtig gebruikt, zodat het lekker soepel is. Als het erg droog is worden blad en gras zelfs even vochtig gemaakt.
De binnenkant wordt bekleed met droge grassprietjes, spinsel en schapenwol of paardenhaar of i.d. Het nestje zit heel stevig aan de stengel vast, zodat er met gemak 4 of 5 jongen in kunnen opgroeien. Nou ja, wat heet, na 10 dagen verlaten ze het nest alweer. De nestkom is zo diep, dat de eitjes er met storm niet uitgezwiept kunnen worden, en hangt zo hoog dat er geen rovers bij kunnen en beschut genoeg tegen roofvogels zoals b.v. de Bruine Kiekendief.
De eitjes zijn bleekgroen van kleur met grijze en olijfgroene vlekjes, die 's nachts door het wijfje en overdag door beide ouders om beurten bebroed worden. Direct na het leggen van het 2e ei beginnen ze hiermee en als de jongen na elf tot twaalf dagen uitkomen worden ze door beide ouders verzorgd en zo hoort het ook. Ze worden vnl. gevoed met zaagrupswespen, die om deze tijd veel voorkomen op wilgen, dus ook aan de waterkant. Meestal na 10 dagen verlaten de jongen het nest, hoewel ze dan nog ongeveer een week nodig hebben om vliegvlug te worden. In die week scharrelen ze in het riet rond en klemmen zich dan net als de ouders vast aan een stengel.
Het koekoekswijfje ziet soms kans haar ei in het nest van een andere vogel te leggen en heeft daarbij een voorkeur voor het stevige diepe nest van de Karekiet. Ze legt haar ei erin zodra er al een of twee eieren inleggen. De jonge koekoek heeft iets minder tijd nodig om uit het ei te komen dan de jonge Karekietjes en daarom is hij (of zij) altijd de eerste. Zodra het Koekoeksjong uit het ei is kiept hij zo snel mogelijk (als pa en ma niet kijken) alle andere eieren het nest uit. Dat kan hij omdat hij erg sterk is en omdat hij de aanraking tegen zijn naakte huid niet kan verdragen. Het ouderpaar van de Kleine Karekiet blijft hem voeden, zodat de koekoek snel te groot wordt voor het nest. Soms bezwijkt het nest onder zijn gewicht, maar hij weet zich dan heel goed te redden op een takje. Na 6 weken is hij eindelijk groot genoeg om voor zichzelf te zorgen. Dan is het voor de Karekieten te laat in het seizoen om nog een tweede broedsel te beginnen, iets wat ze normaal wel doen.
Vorige pagina