Mussen, we willen ze niet kwijt

door Riet van de Water

mussen
Foto J. Nispeling: Mussen
Wie heeft ze niet om zich heen : MUSSEN .
Naar ons idee zijn de mussen echt overal. Dat is ook zo, maar het worden er steeds minder. Het aantal is nu nog maar de helft van wat het was en dat is nog steeds een aardig aantal, maar de afname moet wel stoppen. De merel gaat de eerste plaats innemen. Want de merel vindt eten en nestplaats genoeg in onze tuinen. Voor de mus zijn we te netjes aan het worden. Wie strooit er nog broodkruimels of rijstkorrels. Daar komen de muizen op af. Wie wil er nou muizen in zijn tuin of kelder? De roofvogels als buizerd en sperwer zouden het wel fijn vinden en misschien zouden de katten wat minder gretig vogeltjes vangen als er ook muizen te vangen zijn. Hebben we met z'n allen nog wel schuilgelegenheid genoeg b.v. in struiken en heggen, waar de mussen naar toe kunnen bij gevaar? De mus wordt n.l. aan alle kanten bedreigd als hij van de door ons gestrooide kruimels wil eten, hij is dan zeer op zijn hoede en kijkt goed rond zodat hij direct kan vluchten in dichtbijstaande struiken of heg. Ze leven ook graag in groepjes bij elkaar, dat geeft een grotere kans dat de ander gepakt wordt. Afgezien van het voedsel, waar zullen ze broeden? Ze heten niet voor niets huismus… juist, ze willen onder de pannen. Maar wij moeten energie sparen, dus alle kiertjes gaan dicht.

Gelukkig is er nu een initiatief van Woonbron en gemeente Ridderkerk om met speciale gevelstenen en/of dakpannen nestgelegenheid te creëren voor mussen en gierzwaluwen. Bij de nieuwbouwwijk Vondelpark en de Vier Jaargetijden wordt dit al gedaan. Het is ook nog de bedoeling om deze gevelstenen in bestaande huurwoningen aan te brengen. Dit kan vlg zeggen heel gemakkelijk en goedkoop tijdens onderhoudwerkzaamheden aan het voegwerk. We wachten het af.

Nu iets over de mus zelf.
We noemen deze vogels ook wel cultuurvolgers omdat ze in de nabijheid van de mensen blijven. Vroeger leefden ze in rotsen en maakten daarin hun nest, maar in Nederland hadden we alleen maar gebouwen te bieden en die voldeden ook prima. Ze aten mee van al het gemorste voedsel en er waren genoeg insecten om hun jongen te voeden. Dat werd allemaal minder door te veel stenen in de tuinen i.p.v. planten en door bovengenoemde oorzaken. Als ze een plekje hebben gevonden en dat kan ook in een dichte heg zijn, dan zie je ze met lange dunne strootjes vliegen die ze in elkaar steken zodat er een koepelvormig nestje ontstaat. De jongen worden gevoed met insecten.

Hoe herken je een huismus?
Hij is van boven bruingestreept en van onder vuilwit en komt nog steeds in grote aantallen voor Het vrouwtje is lichter bruin en mist de grijze kruin en de breed uitgesmeerde zwarte bef op kin en borst; daar staat een wilskrachtig licht wenkbrauwstreepje tegenover. Jonge diertjes zien er uit als het vrouwtje. Het bekendste geluid van de man is een eindeloos, op de dakrand of balkonhek herhaald "tjielp".

De ringmus is iets kleiner en slanker Dit is de plattelandsneef van de huismus, die ook in de stad de weg heeft leren vinden. Zij zoeken vooral het groen van het park en zijn iets minder brutaal en in de stad sterk in de minderheid. Mannetjes, vrouwtjes en hun uitgevlogen jongen hebben alle dezelfde tekening als de huismus, maar de zwarte bef is kleiner en de kruin roodbruin. De grijze ring rond de nek is niet altijd goed te zien maar dat is niet erg, want de roodbruine kruin is kenmerkend. Het geluid is ook getsjilp en zelfs nog iets harder dan van de huismus en vliegend laat hij een kenmerkend "tek-tek"horen.

Willen we mussen plezieren, dan maken we rommelige hoekjes en begroeide veldjes met rupsen en groen voor de insecten en eventueel een paar aangepaste gevelstenen.

Vorige pagina