Mussen, rommel en poep.
Nuchter bekeken door Rob Horvath

Vroeger waren deze mussen zoals ze dat noemde vogelvrij en werden er in bepaalde gebieden zelfs premies toegekend aan mussenbestrijders. Ze veroorzaakten toen kennelijk nogal wat schade in de graanteelt.
Wat een tegenstelling tot de beroemde dominomus! Heel Nederland stond op zijn kop door een dooie mus!
Men heeft heel wat mogelijke oorzaken onder de loep genomen om vast te kunnen stellen waarom die mussen nu in aantal achteruit gaan. Dat heeft ondermeer tot de veronderstelling geleid dat Nederland schoner en minder rommelig zou zijn geworden. Hoe kom je erop!
Ondanks allerlei althans in mijn ogen soms softe acties waar onder meer de slogan Nederland wordt steeds schoner een onderdeel van was wordt het eerder overal steeds vuiler!
Overal waar je om je heen kijkt, op straat in het plantsoen en op het gras ligt rommel, overal rommel!
Alleen… wat kan een mus met weggeworpen blikjes, plastik zakken, bekertjes en allerlei afgedankte en achteloos
weggeworpen andere goederen!
Vroeger was dat anders, er lag andere rommel. In elk dorp en iedere stad stond wel ergens een graanmolen
en dus werd er graan gemorst.
Daar zijn mussen dol op.
En inderdaad er waren typisch rommelige hoekjes met nestel en schuilgelegenheid tussen de dakpannen en dergelijke.
Verder lag er meestal juist beduidend minder rommel doodeenvoudig omdat de meeste mensen veel minder hadden
dan nu het geval is!
Mijn moeder bij voorbeeld gebruikte de papieren zakjes waar de waren in gezeten
hadden die ze bij de kruidenier had gekocht.
Mijn vader kreeg er zijn brood in mee naar zijn werk.
Dit maar even als een van de vele voorbeelden van ouderwets hergebruik.
(de term hergebruik bestond in die tijd nog niet)
Op veel plaatsen lagen er stukjes grond braak waar allerlei kruiden welig tierden.
Op andere plaatsen konden de mussen een lekker zandbadje nemen (om de luizen kwijt te raken)
En tenslotte lag er veel plaatsen paardenmest.
Nu is dat anders. Overal waar je maar kijkt (en loopt) ligt hondendrek en daar kan een mus niets mee! En natuurlijk, er ligt tegenwoordig ook weer hier en daar paardenmest. Het trouwe werkpaard is immers tot een karikatuur verheven en draaft meestal door de parken met een jonge meid op de rug. De mussen echter blijven tussen de huizen want in een park waar het ook weer wemelt van de honden voelen ze zich niet thuis. Vroeger, ja! toen gingen ze nog wel eens op stap. In grote groepen foerageerden mussen op de korenvelden. Nu groeit daar voedermaïs en dat wordt geoogst en verzuurd voordat er ook maar een rijpe korrel aan komt. Trouwens: maïskorrels zijn ietwat wat te groot voor een mussensnavel.
Mijn advies: klop gerust uw tafelkleedje buiten uit. De mussen zullen er blij mee zijn. Houd verder je rommel bij je en ruim de ontlasting van je huisdier op. Wat zou het heerlijk zijn als je zo maar onbekommerd over een grasveld zonder zwerfvuil kon lopen en zonder vuile schoenen te krijgen en… waar dicht bij een rij woonhuizen wat mussen op vliegen omdat ze broodkruimels zaten te eten.
Hoewel het allebei niet echt fris te noemen is kun je paardenmest toch wat minder
kwalijk noemen dan hondendrek. Immers paardenmest is van plantaardige oorsprong en is zelfs als
plantenvoedsel bruikbaar. Mest van vleeseters zoals honden zijn is in dit verband alleen maar kwalijk te noemen.
In de natuur is het mestaanbod van planteneters zeer vele malen groter dan dat van vleeseters.
Dat is dan ook de reden dat de mestproductie het in de natuur normaliter geen problemen veroorzaakt.
In onze woonomgeving is dat precies andersom en dus volkomen tegennatuurlijk!
Het leeuwenaandeel van de (huis)dierenmest is dat van gedomesticeerde vleeseters (honden en katten)
en dat maakt het juist zo smerig!
