Overwinterende ganzen
Brandganzen
Op een winterdag trekt regelmatig in V-vorm een koppel ganzen over.
Vaak vergezeld van een gakkend geluid. Mensen kijken naar boven. Het gaat vriezen, zeggen ze tegen elkaar..
Maar ganzen vliegen dagelijks, van hun slaapplaats naar voedselgebieden.
Daarom komen ze naar de rivierdelta, hier liggen die twee dichtbij elkaar en het water bevriest zelden.
Slapen doen ze bij voorkeur op open water, waar ze niet bang hoeven te zijn om door een vos te worden verrast.
Grazen doen ze in weidegebieden als de Alblasserwaard. Daar is niet elke boer blij mee.
Drie of vier ganzen eten evenveel als een koe. En ze grazen al keutelend,
zodat in het voorjaar de koeien in de eerste weken hun neus ophalen voor het door ganzen bevuilde gras. In het voorjaar haalt het gras snel de opgelopen achterstand in.
Heel veel ganzen (naar schatting 1,5 miljoen!) komen uit Scandinavië en Rusland om in ons land de winter door te brengen. Van veel soorten overwintert het overgrote deel van de populatie in ons land.
De laatste jaren blijven ook steeds meer ganzen in ons land overzomeren en trekken dus niet meer weg. Broeden de eerste (grauwe) ganzen in de jaren tachtig de Oostvaardersplassen sindsdien broeden ganzen op steeds meer plaatsen.
Het aantal aantal ganzen is vooral toegenomen omdat de jacht in binnen en buitenland werd beperkt.
Omdat er niet op ganzen gejaagd mocht worden werd de schade die de boeren leden gewoon betaald. Maar de toename van het aantal ganzen ging gepaard met een stijging van de schadeloosstellingen. Dit was een reden voor de regering om maatregelen te nemen. Afgelopen jaar heeft minister Veerman besloten speciale foerageergebieden aan te wijzen waar ganzen mogen verblijven, eten en rusten. Om daarmee te voorkomen dat ze elders landbouwgewassen opeten. De regering streeft naar 80.000 hectare en de Vogelbescherming denkt dat er 150.000 hectare nodig is. Slechts een paar provincies (Gelderland, Overijssel en Limburg) hebben al gebieden toegewezen.
In provincies zonder foerageergebieden vindt alleen afschot plaats op kwetsbare landbouwgronden.
Wie nu denkt dat de ganzen in de aangewezen gebieden niet gestoord worden door jagers heeft het mis. Jacht in deze gebieden op het overige wild is niet toegestaan van middennacht tot 12 uur s'middags. De rest van de tijd mag er gejaagd worden op het overige wild, maar moet een afstand van minimaal vijfhonderd meter van het rustgebied in acht worden genomen.
Buiten de aangewezen gebieden mogen de ganzen verjaagd worden, desnoods door afschot..
Ganzen verblijven vaak graag op de aangewezen gebieden. Het zijn veelal oudere graslanden. Maar om te eten trekken ze graag naar boerenakkers. Als ze bietenkoppen eten valt de schade wel mee, maar zodra op de wintertarwe komen loopt de schade aanzienlijk op. Boeren zijn verplicht zelf afweermiddelen te plaatsen. Als ze desondanks nog last van de ganzen hebben mogen ze vanaf zonsopgang tot 12 uur bejaagd worden. Daarna mogen de boeren ze verjagen zonder geweer bv door gebruik te maken van een alarmpistool. Voor de schade die dan nog ontstaat krijgen de boeren een vergoeding van de overheid.
Vorige pagina