Kijkje in het leven van een Ransuilenfamilie

door Sander Elzerman

ransuil
foto D. v.d. Spoel: Ransuil
Sinds jaar en dag broedt er een paartje Ransuilen in het Reyerpark in Ridderkerk. De Ransuil is een broedvogel van het halfopen landschap. Oude kraaien- en eksternesten worden meestal gebruikt als broedplaats. Zo ook in 2002, toen een eksternest werd gebruikt aan de rand van het park. Dit gaf liefhebbers de kans om vanaf de Eikendreef prachtig de jongen op het nest te zien zitten. Ze brachten dat jaar 4 jongen groot. In de periode dat de juvenielen nog in het dons zitten is een gevaarlijke tijd voor de uilskuikens. Ze zijn dan nog niet vliegvlug en klauteren dan door de boom. Dit is meestal ook dé tijd dat veel mensen zo'n donsjong vinden en naar een vogelasiel brengen. Dit is echter niet nodig. Meestal houden de ouders vanaf een afstandje de boel in de gaten. Ook als het overdag is. Mocht u een jong ergens op de grond aantreffen, dan kunt u hem/haar beter naar de struiken begeleiden of eventueel op een boomtak zetten. Dan is het uilskuiken in ieder geval beschermd tegen loslopende honden.

In mei 2005 had de vogelwerkgroep een vergadering in het NME-centrum. Het was mooi weer en na afloop van de vergadering hoorden wij 2-3 juveniele Ransuilen roepen in het park. Nieuwsgierig ben ik enkele dagen later gaan kijken voor braakballen. Uilen eten hun prooien in het geheel op. Door hun sterke maag wordt de prooi verteerd. Alleen botjes en haren blijven dan nog over. Die worden als uilenballen opgebraakt. Tijdens de broedtijd kan zo een hele verzameling braakballen ontstaan op de plek waar de familie een groot gedeelte van de dag/nacht doorbrengt. Door die braakballen uit te pluizen krijg je een indruk van het dieet van deze nachtdieren. Dat heb ik ook gedaan.

Het grootste deel van het voedsel bestaat uit Veldmuis. Maar liefst 63% van de aangetroffen prooien behoorden tot deze soort. Dit is een algemeen beeld in Nederland. Door deze afhankelijkheid van de soort volgt het broedsucces van de Ransuil ook het voorkomen van de Veldmuis. Dit lid van de familie van woelmuizen kent een cyclisch aantalverloop waarbij de muizenstand elk derde jaar piekt. Het eerste jaar van de nieuwe cyclus is dan weer een daljaar. Tijdens de piekjaren kunnen de uilen meer jongen grootbrengen, doordat ze optimaal kunnen profiteren van het grotere voedselaanbod. Een andere favoriete prooi is de Bosmuis. Ongeveer 12% van de botjes behoorden tot dit lid van de familie van ware muizen. Dit komt waarschijnlijk overeen met het plaatselijke voorkomen van deze muizensoorten. Veld- en Bosmuizen zijn landelijk gezien in ieder geval de meest voorkomende soorten. Naast de twee hoofdingrediënten van het menu, trof ik nog enkele andere muizensoorten aan. Zo behoorden ook Aardmuis, Huismuis, Huisspitsmuis en Bruine Rat tot het voedsel. De laatste drie soorten leven vaak dichtbij menselijke bewoning. Dit geeft daarom tevens een indruk van het foerageergebied van de ouders aan. Naast de omringende akkers, sportvelden en het park zelf, vormt de naastgelegen woonwijk deel van het jachtterrein van de familie uilen. De Woelrat is de laatste soort die gevonden is in de braakballen. In vergelijking met de andere prooien (m.u.v. de Bruine Rat) is dit een fors dier. Deze woelmuis van gemiddeld 13-20 cm. is waarschijnlijk door één van de ouders opgegeten, want het lijkt mij iets te groot voor een uilskuiken. Tijdens daljaren in de muizenstand wordt het dieet aangevuld met kleine vogels en insecten. 2005 was echter een (Veld)muizenpiekjaar en dat blijkt ook uit het bovenstaande lijstje.

Ondanks het feit dat Ransuilen in diverse biotopen voedsel kunnen vinden hebben ze wel rust nodig. Met name voor het vinden van een geschikte broedplek is dit van uiterst belang. Tot nu toe is dat jarenlang gelukt in het Reyerpark. Maar met toekomstplannen, zoals de bouw van een knaagdierencentrum en diverse andere activiteiten die op stapel staan, is het afwachten of dat de komende jaren nog zo blijft…

Vorige pagina