Ransuilen in Ridderkerk
door Aart van Dragt

foto D. v.d. Spoel: Ransuil
De ransuilen doen het goed in Ridderkerk. Er zijn signalen dat er een of meer ransuilen schuilen in het Donckse bos, Gorzenpark en Reyerpark. Misschien is dit wel het gevolg van het natuurvriendelijke groenbeleid dat de gemeente Ridderkerk al geruime tijd voert. In bermen op dijken en veel plaatsen wordt het gras slechts een of twee keer per jaar gemaaid. Hierin kunnen insecten en veldmuisjes zich schuilhouden. De uilen zijn de tegenhanger van de roofvogels. Zoals overdag roofvogels jagen, doen de uilen het als de duisternis invalt.
Overdag slaapt de uil, waarbij hij vaak nauwelijks opvalt omdat hij zich tegen een boomstam aandrukt.
Een oplettend waarnemer kan een uil vaak eenvoudig op het spoor komen door op het vogelgeluid te letten. Als een merel, winterkoninkje, vink of mees een uil in de gaten krijgt, beginnen ze waarschuwend te schetteren en daar komen dan weer andere vogels op af. Zo verzamelt zich rond de uil een hele groep scheldende zangvogeltjes waardoor het dier wegvlucht en een andere schuilplaats zoekt. Hoewel een ransuil ook kleine vogeltjes op het menu heeft staan is uit braakbal onderzoek gebleken dat de ransuil zich hoofdzakelijk voedt met insecten, veld- en bosmuizen.
Deze zomer stond ik aan het eind van de middag in het Reyerpark oog in oog met een ransuil op anderhalve meter afstand. De zogenaamde oren maken de soort gemakkelijk herkenbaar. De uil kan er overigens niet mee horen. Het dier dat met de rug naar mij toe zat keek mij strak aan. De zeer grote uilenogen staan onbeweeglijk in het opvallende gezicht. Soms draaide het dier zijn kop een hele slag in het rond om mij weer aan te kijken. Toen ik bleef staan besloot de ransuil een eindje verderop te gaan zitten. Een paar meter verder zag ik vier jongen zitten. Het vijfde jong zat apart. In tegenstelling tot de ouder die geelbruin was, waren de jongen donkergrijs van kleur met lichtgrijze "oren". Hoewel de echte oren niet zichtbaar zijn kan de uil, die goed kan horen, mede door zijn hoofd te draaien precies bepalen waar een muis in het gras ritselt. Tegen half elf kwam ik terug om de uilen te zien vliegen. Laag over het paardenpad vlogen ze geruisloos voorbij. Hoewel geruisloos; het schrille roepen " psie psie" was voortdurend te horen. Het waren de jongen die riepen: we hebben honger!
Vorige pagina