Slaaptrek of voedseltrek
door Rob Horvath
Brandganzen
Dit komt bij vogels van heel verschillende pluimages voor.
Zo kan het gebeuren dat de bij ons verblijvende kol- en rietganzen de nacht doorbrengen in de beschutte delen van het Biesbosch,
overdag zoeken ze dan hun voedsel op de weilanden in de omgeving. Er ontstaat dus een ochtend- en een avondtrek heen en weer. Zie je dus elke dag ganzen trekken dan heeft dat dus niets te maken met een strenge winter op komst. Nee, juist wanneer bijvoorbeeld in januari die slaap- en voedseltrek ineens ophoudt en wanneer de ganzen zelfs uit de weilanden verdwijnen, dan is er wellicht een elfstedentocht op komst. Boeren trokken daar vroeger hun conclusies uit, maar tegenwoordig luisteren die ook gewoon naar het weerbericht.
De ganzen verplaatsen zich dus wel zuidelijker naarmate de winter langduriger en strenger wordt. De slaaptrek is zeer bekend bij de spreeuw. Dit verschijnsel doet zich voornamelijk voor in het najaar en in de winter. Met duizenden trekken de vogels vanaf hun voedselplaatsen in grote groepen naar dezelfde slaapbomen om daar de nacht door te brengen. Vreemd genoeg doet dit verschijnsel zich soms een of meerdere jaren in een bepaald gebied voor en daarna niet meer of in een ander gebied.
Ook zijn er gevallen bekend dat er spreeuwen in grasvelden of zelfs brede rietkragen in grote aantallen overnachten.
Er zijn ook vogels die direct nadat de broedperiode is afgelopen wegtrekken. Een goed voorbeeld hiervan zijn weidevogels, zoals de grutto en tureluur.
Zij trekken geleidelijk naar kuststroken en slikgebieden, waar zij voldoende voedsel kunnen vinden en trekken in het najaar weg naar Zuid-Europese landen. Dat wegtrekken gebeurt geleidelijk en zeer onopvallend. Andere vogelsoorten vallen meer op wat hun trekgedrag betreft.
Heel opvallend is wel de ganzentrek. Ganzen trekken zowel overdag als 's nachts en houden steeds kontact met elkaar door middel van geluiden, Door die geluiden zijn ze ook makkelijker te onderscheiden omdat ze van iedere soort weer anders klinken.
Zwaluwen verzamelen zich eerst in grote groepen en blijven dan enkele dagen hangen voordat ze definitief naar hun overwinteringsgebied in Afrika trekken.
De reden waarom vogels trekken lijkt duidelijk. Op de plaats waar het beste gebroed kan worden en waar de jongen worden grootgebracht is het in andere seizoenen minder gunstig zo niet onmogelijk om te verblijven. dus moet er naar elders worden uitgeweken.
Er zijn echter ook heel wat soorten die min of 'neer het gehele jaar door op dezelfde plaats verblijven. Deze soorten passen zich makkelijk aan naar de omstandigheden en zijn ook geen voedselspecialisten niet aan een bepaalde voedselsoort gebonden) Dergelijke vogels duiden wij aan met de term STANDVOGELS. Merel, huismus, kool- en pimpelmees en winterkoning kunnen we daartoe rekenen.
Een hele bijzondere en tevens een kwetsbare
vogelsoort is het BAARDMANNETJE.
Dit vogeltje leeft in grote, brede rietkragen.
s Zomers is het een insekteneter en 's winters
eten ze zaden. Wanneer de temperatuur
geleidelijk zakt past het spijsverteringsstelsel
zich daartoe aan. Stijgt de temperatuur midden
in de winter een langere periode dan schakelt
het diertje weer op insecten over.
Dit gegeven maakt de soort heel kwetsbaar.
Want wanneer plotseling de vorst invalt is
omschakelen niet meer mogelijk.
Vele baardmannetjes laten dan het leven.
De moerasgebieden waarin het baardmannetje
zich thuis voelt worden steeds schaarser en
liggen meestal geïsoleerd tussen cultuurgebied
en verstedelijkt gebied in..
Omdat het specifiek een standvogel is kan deze vogel dus wanneer de omstandigheden niet mee zitten gemakkelijk geheel uit het gebied verdwijnen.
Maar als er voldoende exemplaren zijn, overleeft er altijd wel een aantal waardoor voortbestaan van de soort gewaarborgd wordt.
Vorige pagina