Weidevogels


Woerd
foto D. v.d. Spoel: Woerd
Je zou denken, dat het wel goed gaat met de vogels, in sommige gevallen neemt de soortenrijkdom zelfs toe. Doch, het gaat lang niet zo goed. Vogels, die afhankelijk zijn van specifieke factoren, hebben het vaak moeilijk. Zij stellen hoge eisen aan hun leefgebied, soort voedsel, of nestgelegenheid en kunnen zich daardoor niet makkelijk aanpassen. Door menselijke activiteiten vinden de laatste tientallen jaren zeer snel veranderingen plaats in het landschap, op meestal grootschalige wijze. Verstedelijking, industrialisatie, verlaging van het grondwaterpeil zijn enkele voorbeelden daarvan.

Om hier een indruk van te krijgen, verplaatsen wij ons naar het groene polderland van de Alblasserwaard Kievit en grutto kunnen het hier nog aardig redden. Hun baltsroep klinkt nog altijd over de lage landen. De scholekster, die altijd opvalt, door het zwart-witte verenpak en luide, tot in de verre omtrek horende roep, neemt zelfs in aantal toe. Hoe zou dat komen? Kemphaan, watersnip en tureluur zijn echter op de terugweg. zij missen de rust, de stilte in de ouderwetse, drassige weteringen en sloten. Zij hebben die drassige grond nodig om met hun niet al te sterke snavels in de grond te peuren, op zoek naar wormpjes, slakjes en dergelijke gronddieren. Zelfs kievit en grutto gaan hier en daar in aantal achteruit, hoewel dit (nog) niet zo erg opvalt. Het steeds vroeger bewerken van de grasmat met grote machines, het vroege maaien en de vaak zeer intensieve beweiding, zijn er de oorzaak van, dat heel wat broedsels niet tot wasdom kunnen komen.

De vogels, die wij nu met de naar "weidevogels" aanduiden, leefden oorspronkelijk op steppen en toendra's. Het zijn in feite nu dus duidelijk "kultuurvolgers". De dichtheid in het oorspronkelijk leefgebied was lang niet zo hoog als die, welke we nu in onze Hollandse weiden kennen. Helaas kunnen ze zich echter niet makkelijk aanpassen aan de moderne intensieve landbouwmethoden en het steeds verder verlagen van het grondwaterpeil. Van het voorjaar belanden we nu zo langzamerhand in de zomer en wordt het vat rustiger in de vogelwereld. Weidevogels, zoals de grutto en de tureluur trekken weg van hun broedplaatsen, naar het kustgebied waar ze op de voedselrijke slikplaten krachten kunnen opdoen voor de najaarstrek. Er zijn ook vogels, die direct na het broedseizoen, meteen de lange reis naar het winterverblijf beginnen, zoals de gierzwaluw. Hoorde u gisteren hun typisch gekrijs nog hoog boven de steden, vandaag mist u ze ineens. De trekdrang heeft hen aangegrepen.

De eenden gaan in de rui, woerden en vrouwtje hebben in die periode dezelfde verentooi, het zogenaamde "eclipskleed". Zij kunnen in deze periode niet vliegen, omdat ze in één keer de grote slagpennen wisselen. Als ze niet helemaal tam zijn, zoeken ze rustige, besloten wateren op om daar deze risicovolle tijd door te komen. Eenmaal uitgeruid, zien ze er als herboren uit en gaan een zwerversleven tegemoet, waarbij ze vaak in grote groepen, in de avonduren op voedseltocht gaan. De dag wordt dan verluierd met slapen en dommelen.

Let eens op de manier, waarop eenden hun voedsel bemachtigen. De wilde eend (hij heet nu eenmaal zo), wordt gerangschikt onder de grondeleenden. Ook de veel kleinere en schuwe smient, de zomer- en wintertaling en de slobeend vallen onder deze categorie.

Waarom de naam grondeleenden? In de wintermaanden zijn tafeleenden en vooral ook kuifeenden, op de wat grotere wateroppervlakten een algemene verschijning. Hun manier van foerageren verschilt duidelijk met die, van de grondelaars. Zij voeden zich voornamelijk met allerlei kleine waterdiertjes en worden duikeenden genoemd. Let er eens extra goed op en u zult zien, dat de term duikeend goed gekozen is.

Vorige pagina