Zingende vleugels

Rob Horvath

Prachtige witte zwanen in het polderland, wie kent het niet? Nog mooier is het als je ze ziet, en vooral hoort, overvliegen. Maar welke zwanen zijn het? In de winter is het zaak eens op te letten want er zijn dan in ons land wel drie soorten zwanen te zien. Dat zijn: de kleine zwaan, de wilde zwaan en de knobbelzwaan.

De kleine zwaan heeft zijn broedgebied ergens in noord Rusland en komt hier slechts als wintergast voor. Ook de wilde zwaan broedt in noordelijke gebieden, met name in Scandinavië. Deze soort is in het winter halfjaar regelmatig in Nederland te horen en te zien. De trompetachtige roep in een winterstille nevelige polder is altijd weer een magnifieke ervaring. De weemoedige klank doet je omhoog zien en na enig turen zie je ze meestal opduiken. Netjes in formatie vliegend met gestrekte halzen.

Veldkenmerken: De kleine zwaan is uiteraard de kleinste van de drie. Deze heeft een zwarte snavel met een gele min of meer afgeronde basis. Verder is deze vogel lang niet zo luidruchtig als de wilde zwaan. Ook de snavel van de wilde zwaan is voor een groot deel zwart, maar de gele snavelbasis loopt verder uit. Hij is groter van postuur en laat zich graag horen.

Knobbelzwaan
foto D. v.d. Spoel: Knobbelzwaan
Nemen we nu de knobbelzwaan in het vizier. Deze soort is alom vertegenwoordigd in ons land als er maar water voldoende in de buurt is. 's Winters fourageren ze graag op de weilanden. De veldkenmerken mogen als bekend worden beschouwd. Met name de oranje-rode snavel met flinke zwarte knobbel, de sierlijk gebogen hals en het forse uiterlijk maken deze soort onmiskenbaar. Verder zijn ze meestal opvallend mak en zeker in de broedtijd zelfs agressief. Toch was deze soort in het verleden niet zo algemeen als tegenwoordig. Hun verspreidings en broedgebied ligt oorspronkelijk ook meer noordelijk dan nu. Er broedden destijds slechts enkele exemplaren in Nederland. De knobbelzwaan werd echter door de mens zo gezegd "in kultuur gebracht." Met name in Engeland maar later ook in ons land werden ze gehouden voor het zwanendons en vlees dat de jonge vogels opleverden. Ze werden geselecteerd op witte jongen. Wilde knobbelzwanen hebben grauwe jongen. Door vermenging met wilde knobbelzwanen brengen ze nu witte en grauwe jongen voort. Later werden ze als siervogels gehouden in waterpartijen van landgoederen. Om de dieren op de hun toegewezen plaats te houden werden ze "geleewiekt". Dat wil zeggen dat bij de nog jonge pullen een van de vleugelarmpjes werd geamputeerd zodat vliegen uitgesloten was. Ook beheerders van openbare parken kregen belangstelling voor de opvallende vogels. Dus daar werden ze gedwongen permanent te verblijven. Later kwam er de klad in waardoor de dieren konden verwilderen. Een en ander zorgde er voor dat de knobbelzwaan nu een alom vertegenwoordigde "jaarvogel" bij ons is geworden.

Toch is de boer niet blij met deze elegante vogel.
Soms komen ze in het winterhalfjaar in dermate grote aantallen voor dat de agrariër er schade door lijdt. Zij kunnen nogal wat gras en wintergraan consumeren. Omdat er in het voorjaar nog niet genoeg waterplanten zijn, eten de zwanen dan op de weilanden van het voor het vee bestemde gras.

Wilt u er nu op uit om zwanen te bekijken? Bekend zijn de grote aantallen knobbelzwanen die vaak o.m. op de Nieuwe Waterwegen op het IJsselmeer verblijven. Wilde en kleine zwanen treffen we vaker in de polders nabij de Zeeuwse kust aan. In ieder geval kunnen wij ieder jaar volop genieten van deze imposante vogels die in het voorjaar met verve hun nakomelingen verdedigen. Hun indrukwekkende vlucht met fluitende vleugelslag doet ons geboeid naar de lucht zien. Zo valt er gelukkig ook in ons kultuurlandschap nog steeds veel te genieten!

Vorige pagina